Inkscape tutorial: Tips en trucs
Tutorial | Tips en trucs
Deze handleiding demonstreert verschillende tips en trucs die gebruikers leerden door het gebruik van Inkscape, alsook enkele “verborgen” features die je werk kunnen versnellen.
Radiale positionering met behulp van Getegelde Klonen
Het gebruik van Tegels met klonen is eenvoudig in te zien voor rechthoekige rasters en patronen. Maar wat als je radiale positionering nodig hebt, waar objecten een gemeenschappelijk rotatiemiddelpunt hebben? Dat is ook mogelijk!
Indien je radiaal patroon slechts 3, 4, 6, 8, of 12 elementen bevat, probeer dan de P3-, P31M-, P3M1-, P4-, P4M-, P6- of P6M-symmetrieën. Deze geven een mooi resultaat voor sneeuwvlokken en dergelijke. Een meer algemene methode is alsvolgt.
Kies de P1-symmetrie (eenvoudige verplaatsing) en compenseer vervolgens voor de verplaatsing door naar de tab Verplaatsing te gaan en Per rij / Y-verplaatsing en Per kolom / X-verplaatsing beide op -100% in te stellen. Nu zullen alle klonen exact op het origineel liggen. Alles wat nu nog gedaan moet worden is naar de tab Rotatie te gaan en een rotatie per kolom in te stellen. Creëer vervolgens het patroon met een rij en meerdere kolommen. Hier is bijvoorbeeld een patroon gemaakt uit een horizontale lijn met 30 kolommen en elke kolom geroteerd over 6 graden:
Om hier een wijzerplaat van een klok uit te krijgen, hoeft u alleen maar het centrale deel uit te knippen of eenvoudigweg over een witte cirkel te leggen (om booleaanse bewerkingen op meerdere klonen tegelijk uit te voeren, moet je ze eerst combineren).
Interessantere effecten kunnen gemaakt worden door van zowel rijen als kolommen gebruik te maken. Hier is een patroon met 10 kolommen en 8 rijen met een rotatie van 2 graden per rij en 18 per kolom. Elke groep lijnen is hier een “kolom” zodat de groepen 18 graden van elkaar liggen, met in elke kolom individuele lijnen die 2 graden uit elkaar liggen:
In bovenstaande voorbeelden werd de lijn geroteerd rond haar middelpunt. Maar wat indien het rotatiemiddelpunt buiten je vorm ligt? Klik gewoon tweemaal op het object met het Selectiegereedschap om de rotatie mode te openen. Sleep nu het rotatiecentrum (voorgesteld met een klein kruisvormig handvat) naar het gewenste punt voor de rotatie voor de Getegelde Klonen operatie. Gebruik dan Tegels met klonen op dit object. Op deze wijze kan je mooie “explosies” of “ster ontploffing” maken door randomisatie van schaal, rotatie en soms ondoorzichtigheid:
Niet-lineaire kleurverlopen
SVG-versie 1.1 ondersteunt geen niet-lineaire kleurverlopen (dit is deze die geen niet-lineaire overgang hebben tussen de kleuren). Je kan deze echter emuleren door multi-stop kleurverlopen.
Begin met een eenvoudig tweestopskleurverloop (door er één toewijzen in de Vulling en Lijn dialoog of door het kleurverloopgereedschap te gebruiken). Voeg een nieuw kleurverloopovergang met de kleurverloopeditor toe in het midden; dubbelklik op de kleurverloop lijn of selecteer het vierkantige teken en klik op Overgang invoegen in de gereedschappenbalk aan de top van de kleurverloopeditor. Versleep het nu een beetje. Voeg vervolgens meer kleurverlopen toe voor en na de overgang in het midden zodat het verloop vloeiend is. Hoe meer overgangen, hoe vloeiender je het uiteindelijke kleurverloop kan maken. Hier is het oorspronkelijke zwart-wit kleurverloop met twee stops:
Dit zijn diverse “niet-lineaire” multi-stop kleurverlopen (bekijk ze in de kleurverloop-editor):
Excentrische radiale kleurverlopen
Radiale kleurverlopen moeten niet symmetrisch zijn. Sleep in het kleurverloopgereedschap het centrale handvat van een elliptisch kleurverloop met Shift. Dit verplaatst het x-vormige brandpunt van het kleurverloop uit het centrum. Wanneer je het niet nodig hebt, kan je het brandpunt terugbrengen door het dichtbij het middelpunt te slepen.
Maaswerkkleurverlopen
Voor nog complexere kleurverlopen biedt Inkscape Maaswerk-verloop (direct onder Kleurverloop in de werkbalk). Stel de vorm (radiaal of raster) en het aantal rijen en kolommen met kleurvlakken in de bedieningsbalk van het gereedschap in en gebruik vervolgens het gereedschap om over elke vorm te slepen om deze te vullen met een maaswerkverloop.
Nu kun je de vorm van de kleurvlakken aanpassen met de driehoekige handvatten en de ruitvormige handvatten selecteren om de kleur van de 'pleisters' te veranderen. Je kunt zelfs de kleur van objecten onder de maaswerkverloop kiezen door op het pictogram kleurenkiezer in de gereedschapsbediening te klikken.
Uitlijnen naar het midden van de pagina
Om iets uit te lijnen met het midden of de zijkant van een pagina, selecteer je het object of de groep en kies je vervolgens Pagina uit de Relatief t.o.v.: lijst in het dialoogvenster Uitlijnen en verdelen (Shift+Ctrl+A).
Document opruimen
Veel ongebruikte kleurverlopen, patronen en markeringen (de manueel bewerkte) blijven in de corresponderende paletten en kunnen hergebruikt worden voor nieuwe objecten. Voor het optimaliseren van je document kan je de opdracht Document opschonen in het menu Bestand gebruiken. Deze verwijdert alle kleurverlopen, patronen of markeringen die nergens gebruikt worden, wat zorgt voor een kleiner bestand.
Verborgen features en de XML-editor
Met de XML-editor (Shift+Ctrl+X) kun je bijna alle aspecten van het document wijzigen zonder gebruik te maken van een externe teksteditor. Bovendien ondersteunt Inkscape meestal meer SVG-functies dan toegankelijk zijn via de GUI. De XML-editor is een manier om toegang te krijgen tot deze functies (als je bekend met SVG).
Aanpassen van de eenheid van de liniaal
In de standaardsjabloon is de maateenheid die door de linialen wordt gebruikt mm. Dit is ook de eenheid die wordt gebruikt bij het weergeven van coördinaten in de rechterbenedenhoek en die vooraf is geselecteerd in de menu's van alle eenheden. (Je kunt je muis altijd over een liniaal bewegen om de tooltip te zien met de eenheden die hij gebruikt.) Om dit te veranderen open je Document Properties (Shift+Ctrl+D) en wijzig je de Weergave-eenheid op de tab Weergave.
Stempelen
Om snel veel kopieën van een object te maken, gebruik je stempelen. Sleep gewoon een object (of schaal of draai het), en terwijl je de muis knop ingedrukt houdt, druk je op Space. Hierdoor ontstaat er een “stempel” van de huidige objectvorm. Je kunt dit zo vaak herhalen als je wilt.
Trucken met de pen
In het pengereedschap (Bezier), heb je de volgende mogelijkheden om een lijn te beëindigen:
-
Drukken op Enter
-
Dubbelklikken met de linkermuisknop
-
Klik met de rechter muisknop
-
Een ander gereedschap selecteren
Merk op dat wanneer het pad nog niet voltooid is (d.w.z. het wordt groen weergegeven, met het huidige segment in het rood), het nog niet bestaat als object in het document. Dus gebruik om het te annuleren ofwel Esc (annuleer het hele pad) of Backspace (verwijder het laatste segment van het onvoltooide pad) in plaats van Ongedaan maken.
Om een nieuw subpad toe te voegen aan een bestaand pad, selecteert u dat pad en begint u te tekenen met Shift vanaf een willekeurig punt. Als u echter simpelweg een bestaand pad wilt doortrekken, is Shift niet nodig; begin gewoon met tekenen vanaf een van de eindankers van het geselecteerde pad.
Ingeven van Unicode tekens
Wanneer u zich in de Tekst-gereedschap bevindt, schakelt het indrukken van Ctrl+U tussen Unicode- en normale modus. In de Unicode-modus wordt elke groep van 4 hexadecimale cijfers die u typt een enkel Unicode-teken, waardoor u willekeurige symbolen kunt invoeren (zolang u de Unicode-codepunten kent en het lettertype dit ondersteunt). Om de Unicode-invoer te voltooien, druk op Enter. Bijvoorbeeld, Ctrl+U+2+0+1+4+Enter voegt een em-dash (—) in. Om de Unicode-modus te verlaten zonder iets in te voegen, druk op Esc.
Je kunt ook het dialoogvenster Tekst⇒Unicode-tekens gebruiken om tekens te zoeken en in je document in te voegen.
Het raster gebruiken voor het tekenen van iconen
Stel dat je een pictogram van 24x24 pixels wilt maken. Maak een doek van 24x24 px (via Documentvoorkeuren) en stel het raster in op 0,5 px (48x48 rasterlijnen). Als je nu gevulde objecten uitlijnt op even rasterlijnen en omrande objecten op oneven rasterlijnen met de omrande breedte in px als een even getal, en dit exporteert bij de standaard 96 dpi (zodat 1 px 1 bitmappixel wordt), krijg je een scherp bitmapbeeld zonder onnodige anti-aliasing.
Objectrotatie
Wanneer je in het Selectiegereedschap bent, klik op een object om de schaalpijlen te zien, en klik opnieuw op het object om de rotatie- en scheve pijlen te zien. Als je de pijlen in de hoeken aanklikt en sleept, draait het object rond het midden (aangegeven met een kruisje). Als je tijdens het uitvoeren hiervan de Shift-toets ingedrukt houdt, zal de rotatie plaatsvinden rond de tegenovergestelde hoek. Je kunt ook het rotatiecentrum naar elke gewenste plaats slepen.
Of je kunt roteren vanaf het toetsenbord door op [ en ] te drukken (met stappen van 15 graden) of op Ctrl+[ en Ctrl+] (met stappen van 90 graden). Dezelfde [ ]-toetsen in combinatie met Alt voeren een langzame pixelgrootte-rotatie uit.
Uitlijning op het doek
Wanneer de optie Uitlijning op canvas inschakelen actief is in het dialoogvenster Uitlijnen en verdelen, selecteer enkele objecten en klik er langzaam twee keer op om handvatten voor uitlijning op canvas in te schakelen. De handvatten kunnen worden gebruikt om de geselecteerde objecten uit te lijnen ten opzichte van het gebied van de huidige selectie.
-
Klik op handvatten zal objecten uitlijnen ten opzichte van het selectiegebied.
-
Klik op de centrale greep om de geselecteerde objecten op de horizontale as uit te lijnen. Shift+klik op objecten zal ze op de verticale as uitlijnen.
-
Shift+klik op de buitenste handvatten leidt tot uitlijnen aan de buitenkant van het selectiegebied.
Slagschaduwen
Om snel een slagschaduw voor een object te maken, gebruik de functie Filters⇒Schaduw en Gloed⇒Slagschaduw.
Je kunt ook eenvoudig vervaagde slagschaduwen voor objecten handmatig maken met vervagen in het dialoogvenster Vulling en Streek. Selecteer een object, dupliceer het met Ctrl+D, druk op PgDown om het onder het originele object te plaatsen, zet het iets naar rechts en lager dan het originele object. Open nu het dialoogvenster Vulling en Streek en wijzig de vervagingswaarde naar bijvoorbeeld 5,0. Dat is alles!
Tekst op een pad plaatsen
Om tekst langs een kromme te plaatsen, selecteer je zowel de tekst als de kromme en kies je Op Pad Plaatsen uit het menu Tekst. De tekst begint aan het begin van het pad. Over het algemeen is het het beste om een expliciet pad te maken waarop je de tekst wilt plaatsen, in plaats van het aan een ander tekenobject aan te passen — dit geeft je meer controle zonder je tekening te verpesten.
Het origineel selecteren
Wanneer je een tekst op een pad, een gekoppelde verschuiving of een kloon hebt, kan het lastig zijn om het bronobject/pad te selecteren omdat het zich mogelijk direct eronder bevindt, of onzichtbaar en/of vergrendeld is. De magische sneltoets Shift+D helpt je; selecteer de tekst, gekoppelde verschuiving of kloon en druk op Shift+D om de selectie naar het bijbehorende pad, offsetbron of kloonorigineel te verplaatsen.
Indien het venster niet op het scherm staat
Bij het verplaatsen van documenten tussen systemen met verschillende resoluties of aantallen beeldschermen, kan het voorkomen dat Inkscape een vensterpositie heeft opgeslagen waardoor het venster buiten het bereik van je scherm valt. Maximaliseer eenvoudigweg het venster (waardoor het weer zichtbaar wordt, gebruik de taakbalk), sla op en laad opnieuw. Je kunt dit helemaal voorkomen door de globale optie om venstergeometrie op te slaan uit te schakelen (Inkscape-voorkeuren, Interface⇒Vensters sectie).
Transparantie, kleurverlopen en PostScript export
PostScript- of EPS-indelingen ondersteunen geen transparantie, dus je zou het nooit moeten gebruiken als je gaat exporteren naar PS/EPS. In het geval van vlakke transparantie die over vlakke kleur ligt, is het eenvoudig te verhelpen: selecteer een van de transparante objecten; schakel over naar het Pipet-gereedschap (F7 of D); zorg ervoor dat de knop Dekking: Kiezen in de werkbalk van het pipet-gereedschap is gedeactiveerd; klik op datzelfde object. Dat zal de zichtbare kleur oppakken en weer toewijzen aan het object, maar dan zonder transparantie. Herhaal dit voor alle transparante objecten. Als je transparante object over meerdere vlakke kleurgebieden ligt, moet je het dienovereenkomstig in stukken breken en deze procedure op elk stuk toepassen. Let op dat het pipet-gereedschap de dekkingswaarde van het object niet verandert, maar alleen de alfawaarde van de vul- of lstreekkleur, dus zorg ervoor dat de dekkingswaarde van elk object is ingesteld op 100% voordat je begint.
Interactiviteit
De meeste SVG-elementen kunnen worden aangepast om te reageren op gebruikersinvoer (dit werkt meestal alleen als de SVG in een webbrowser wordt weergegeven).
De eenvoudigste mogelijkheid is om een klikbare link aan objecten toe te voegen. Hiervoor klik je met de rechtermuisknop op het object en selecteer je in het contextmenu Koppeling maken. Het dialoogvenster "Objecteigenschappen" wordt geopend, waarin je de bestemming van de link kunt instellen met de waarde van href.
Meer controle is mogelijk met de interactiviteitsattributen die toegankelijk zijn via het dialoogvenster "Objecteigenschappen" (Ctrl+Shift+O). Hier kun je willekeurige functionaliteit implementeren met JavaScript. Enkele basale voorbeelden:
-
Open een ander bestand in het huidige venster wanneer je op het object klikt:
-
Stel onclick in op
window.location='file2.svg';
-
-
Open een willekeurige weblink in een nieuw venster bij het klikken op het object:
-
Stel onclick in op
window.open("https://inkscape.org","_blank");
-
-
Verminder de doorzichtigheid van het object bij zweven:
-
Stel onmouseover in op
style.opacity = 0.5; -
Stel onmouseout in op
style.opacity = 1;
-
Translators: Stephan Paternotte — 2024-2025; Kris De Gussem — 2010
Header / footer design: Esteban Capella — 2019