De liefde die alles vernietigt
De liefde die alles vernietigt
– interview Miranda Warren door Bob Snoink – [wtr-time]
Kunnen woorden Verlichting brengen? Is een verlichte altijd lief en aardig? Was Osho goed of fout? Zijn ontwaken en verlichting hetzelfde? Wat ontbreekt er aan dit leven? En waarom is liefde verschrikkelijk, als je afgaat op de Engelse titel van Miranda Warrens boek This Terrible Love, dat onlangs bij Samsara is verschenen als ‘Liefde laat Geen Sporen Na’. Een verfrissend gesprek met Miranda, die er wat de vraagsteller betreft, met haar boek in slaagt de kou uit de nondualiteit te verdrijven.
Bob Snoijnk
Kunnen woorden tot verlichting leiden?
MW: Eerst moet helder zijn dat, wat er met verlichting of bevrijding wordt bedoeld, het besef of erkenning is dat alle vormen van afgescheidenheid denkbeeldig zijn. Vanzelfsprekend hoort daarbij ook de idee van een afzonderlijk, autonoom individu. Verder moge duidelijk zijn dat dit niet die illusoire persona overkomt, maar juist het einde is van dat denkbeeldige, afzonderlijke ik. Daarom is dit geen toestand die bereikt of onderricht kan worden.
Toch hebben ‘zoekers’ door de millennia heen geprobeerd die waarheid van niet-ik en niet-afgescheidenheid te verwezenlijken. Allerlei goeroes en leraren hebben beweerd over methodiek te beschikken om dat inzicht te bereiken, variërend van meditatie en zelfonderzoek tot satsangs die uit louter woorden bestaan. Dat er nog ontelbare zoekers zijn en geen overeenstemming is over de werkzaamheid van welke methode ook, doet vermoeden dat die niet bestaat. Wat we verlichting noemen, lijkt zich spontaan af te spelen, zonder verband met enige volgehouden inspanning.
De hedendaagse voordrachten over nondualiteit zijn bijna helemaal gebaseerd op taal. Sprekers zeggen dikwijls dat nondualiteit nooit echt onder woorden te brengen is en dat is ook zo. Maar woorden mogen dan niet tot verlichting leiden, ze kunnen wel tot gevolg hebben dat gedachtepatronen ontrafelen, omdat ingeroeste opvattingen en aannames door elkaar worden geschud. Een spreker kan je radicale en uitdagende gezichtspunten aanreiken, die duidelijk maken dat de wijze waarop je de wereld en jezelf hebt gezien met geen mogelijkheid waar kan zijn.
Hoewel de taal van de nondualiteit misschien niet de weg naar een spiritueel ontwaken is die zoekers begeren, haar woorden bieden wel een perspectief dat bijna totaal onbekend is op welk maatschappelijk gebied ook. Sprekers fluisteren je in dat het leven volmaakt is, precies zoals het is, en veel onkenbaarder en wonderbaarlijker dan we ooit voor mogelijk hebben gehouden. En dat zou wel eens alle verlichting kunnen we zijn die we ooit mogen hopen te ontvangen.
Een vrij algemene opvatting in de wereld van de nondualiteit is, dat ontwaken plotseling is en dat verlichting vervolgens je hele leven duurt omdat er altijd verborgen aspecten van de persoonlijkheid blijven die spontaan aan het licht komen, of niet. Wat denk jij daarvan?
MW: We moeten oppassen om dit niet tot een verhaal voor het denkbeeldige individu te maken. Sommige mensen gebruiken de woorden ‘ontwaken’ en ‘verlichting’ zelfs door elkaar. Ik weet niet zeker of het nuttig is om te doen alsof dit een specifiek verschijnsel is met omschreven stadia. Het is gewoon het eind van het gevoel van afgescheidenheid, ‘niet-twee’, zoals nondualiteit dat zegt. En deze perceptie voltrekt zich zonder regels, of het nu onmiddellijk gebeurt, of in de loop van schijnbare jaren.
Nondualiteit is het besef dat er nooit een individu is geweest dat zich langs een tijdlijn naar (of weg van) een betere of meer verlichte staat beweegt. Sprekers zeggen ‘Dit is het’ en bedoelen daarmee dat er niets anders is dan wat is, precies zoals het zich voordoet. En daarbij horen ook verhalen over verlichting, of over zoeken, of wat zich ook maar mag voordoen. De sprekers over nondualiteit van wie ik me bewust ben, zeggen dat het leven al heel en compleet is; wat wil zeggen dat er nooit iets aan ontbreekt, ongeacht hoe het leven lijkt te zijn. Er is niets wat losstaat van al wat is, dus zijn er geen onderdelen van het leven om een oordeel over te vellen en valt er niets te doen of te bereiken.
Als dit wordt gezien, blijft het leven zich natuurlijk voltrekken en het lichaam kan allerlei ervaringen lijken te hebben. Zelfs sprekers over nondualiteit kunnen hier in de loop van de zogenaamde tijd anders over gaan praten. Er komt geen eind aan ervaren, maar er bestaat geen enkele twijfel meer dat er geen afzonderlijk persoon bestaat die iets daarvan doet en dat die er ook nooit is geweest. Er bestaat geen afzonderlijk individu dat losstaat van de naadloze levendigheid van alles wat zich voordoet.
En dat is simpelweg het geval, ongeacht wat wij ‘verlichting’ noemen. Als een astronoom een radiotelescoop gebruikt om een verre Melkweg te zien, wordt dat sterrenstelsel niet opeens echt. Net zo: als wat we verlichting noemen zich afspeelt, is nondualiteit gewoon wat altijd al het geval is geweest, of er nu sprake is van een gevoel van afgescheidenheid of van niet-afgescheidenheid.
Ik hoor wel vaker dat het leven volmaakt is zoals het is en dat er nooit iets aan ontbreekt, ongeacht hoe het leven lijkt te zijn. Robert Saltzman noemt dat ‘flauwekul’. Bijvoorbeeld, voor een alleenstaande moeder zonder geld om haar hongerige baby te voeden lijkt er een heleboel aan te ontbreken.
MW: Nondualiteit stelt dat afgescheidenheid, zoals die in het algemeen wordt uitgelegd, niet fundamenteel is, maar ze is geen ontkenning van de diversiteit van verschijnselen en van ervaring. Met andere woorden, wanneer sprekers over nondualiteit beweren dat er niets aan ontbreekt, bedoelen ze niet dat alle organismen altijd over alles beschikken wat nodig is voor hun overleving.
Het ene dier in het bos steelt het voedsel van de ander of verslindt diens jongen om in leven te blijven; de ene boom groeit zo uit dat de andere sterft bij gebrek aan zonlicht en zelfs in de meest vreedzame en egalitaire samenleving kunnen tsunami’s en vulkaanuitbarstingen voor onuitsprekelijke ellende, lijden en dood zorgen.
Het bestaan van elk organisme is vervuld van pijn en vreugde: de zucht naar overleving en het ontlopen van lijden. De ene keer eet de raaf een konijn op, heeft de raaf voldoende en is het konijn dood. De andere keer mist de pijl van de jager het hert, heeft het gezin van de jager niet te eten, maar leeft het hert. Een ideale wereld fantaseren waar fysiek lijden niet bestaat, is een hersenschim die in de natuur niet te vinden is, alleen in de abstractie van het menselijk denken.
Een van mijn favoriete sprekers, Marichelle uit Caracas, placht in chique hotels voordrachten over nondualiteit te geven. Kort geleden scharrelde ze letterlijk op straat het eten voor haar jonge zoontje bij elkaar. Hoewel de ervaring fysiek zwaar was en ze alles uit de kast moest halen om voor haar kind te zorgen, zal ze vertellen dat er zonder het verhaal van afgescheidenheid geen gevoel was van gemis, noch van afwezigheid van leven, liefde, levendigheid, of hoe je dit ook wilt noemen. Ik heb soortgelijke berichten gehoord van een vrouw met een jong kind in Kiev, en ook van mensen die stierven aan kanker en van een man die zich midden op het slagveld de schoonheid en perfectie van het leven bewust was. Ze voelden geen gemis; er was geen afwezigheid van levendigheid of van leven, of van wat sommige mensen misschien liefde noemen.
Als er geen geloof meer wordt gehecht aan afgescheidenheid, bestaat er geen andere opvatting over een werkelijkheid dan wat-is. En mocht dat nog niet helder zijn: bij ‘wat-is’ hoort ook de poging tot het lenigen van honger, of de zorg voor de zieken, of een eind maken aan lijden, als dat zo wordt gevoeld. Dat alles is evengoed onderdeel van wat-is. En geen enkele spreker over nondualiteit heeft met de uiting dat alles al heel en compleet is en er niets aan ontbreekt ooit de suggestie gewekt dat kinderen maar honger moeten lijden. Zulke conclusies zijn domweg absurde stropopredeneringen.
Hier is het bestaan een en al wonderbaarlijkheid en verbazing, plus het onvermogen om te weten wat dit leven eigenlijk ís, en doordesemd van een gevoel van ontzag dat alles wat het conceptuele denken maar tevoorschijn kan toveren ontstijgt. De paar keer dat ik oog in oog met de dood heb gestaan, was er geen gevoel dat er iets mis was, of dat er iets aan ontbrak, al moest het lichaam zijn uiterste best doen om in leven te blijven.
Je zult nooit aan dit naadloze wonderland ontkomen, en als je ooit inziet dat jij niet de machinist van al je handelingen bent, kan het besef postvatten dat het leven altijd zijn eigen gang gaat, zonder zich iets aan te trekken van menselijke opvattingen over hoe het ‘zou moeten’ zijn.
In plaats van te zeggen dat er nooit iets aan ontbreekt (wat de deur openzet voor debat) kun je misschien preciezer zeggen dat er simpelweg leven is, zoals het is, hoe het zich ook voordoet. Always only ever this. Nooit en te nimmer iets anders dan dit.
En daarbij hoort ook een moeder met een hongerig kind, plus degene die de moeder met dat hongerige kind te eten geeft. Het is al wat is, onscheidbaar en iets anders is er niet. Nooit. Dat is nondualiteit. Dat is leven. En voor mij en hen die dit onder de meest extreme menselijke omstandigheden die je je maar kunt voorstellen hebben gezien, is dat meer dan voldoende.
Wat jij online zet, jouw boek en de antwoorden in dit gesprek resoneren hier van meet af aan meer dan ik kan zeggen. Liefde, humor, ontzag en verwondering zijn vrijwel dagelijks te gast. Maar ook verdriet en pijn blijven — weliswaar sporadische — voorbijgangers. Ik zou hard moeten nadenken om een bucketlist te verzinnen; het algemene gevoel neigt naar dankbaarheid en geluk. Evengoed ben ik er vrij zeker van dat de ‘verschuiving in perspectief’ waarvan sprake is, zich niet heeft afgespeeld en ik kan niet eens zeggen of die zich nog stiekem op de bodem van een bucketlist schuilhoudt. Elk commentaar is welkom.
MW: Ik heb al eens gezegd dat de levende schoonheid van wat we nondualiteit noemen niet beperkt blijft tot de een of andere schijnbare verandering van perspectief, of wat sommige mensen verlichting, of bevrijding, of verschuiving noemen. Deze boodschap spreekt van een bestaan zonder de mentale filters en bastions die de ongetemde wildheid van alles wat zich voordoet aan banden lijken te leggen. Nondualiteit verspreidt een levensvisie die niet is voorbehouden aan de happy few, maar die kan worden gevoeld en ondervonden door iedereen die ervoor openstaat.
Nondualiteit heeft met kunst gemeen dat ze ons de verborgen diepten van de menselijke ervaring toont en laat voelen; niet verborgen omdat ze geheim zijn, maar omdat ze buiten de grenzen van het conventionele, culturele verhaal leven. Ik hoor van vrij veel mensen dat ze de ‘verschuiving’ weliswaar niet hebben meegemaakt, maar dat het nonduale perspectief op het leven hun wel een veel rijkere en minder stressvolle manier van zijn heeft getoond dan wat ze ooit eerder hebben ondervonden.
Nondualiteit gaat natuurlijk niet om het verbeteren van het bestaan, maar haar weigering om te beoordelen wat zich gewoon afspeelt, biedt een vorm van vrijheid die zowel beter als slechter ontstijgt. Het gaat er niet om dat we onze menselijkheid verliezen of transcenderen, maar dat we onszelf niet langer beschouwen als iets wat losstaat van alles wat zich voordoet. Het is het einde van het verhaal van ‘ik tegen de wereld’.
Nondualiteit biedt een diepgaand mededogen, geboren uit het besef dat er geen afzonderlijke ‘machinist’ bestaat, dus hoeven schuld en blaam niet langer geloofd te worden. Zij suggereert dat het leven geen geheime ‘betekenis’ heeft, dus is er geen behoefte aan een zoektocht naar abstracte waarheden die gebaseerd zijn op geloofsovertuigingen en opvattingen. Nondualiteit wijst op de onmogelijkheid dat de ‘dingen’ of ‘mensen’ anders ‘zouden moeten’ of ‘zouden kunnen’ zijn dan ze zijn, en zo komt er een einde aan de oorlog met de werkelijkheid die zoveel ellende met zich meebrengt.
Zogenaamde ‘wijzen’ of zij bij wie zich ‘bevrijding’ zou hebben afgespeeld, kunnen klinken alsof ze in de een of andere ‘spirituelere’ of meer onthechte wereld leven. Maar wij leven allemaal in deze gedeelde droom van ingebeelde afgescheidenheid. Nondualiteit wil niet de buitengewone diversiteit van verschijnselen ontkennen, maar juist omarmen in het besef dat er diep vanbinnen geen feitelijke afgescheidenheid bestaat. Dat vergt geen mystieke of geestverruimende ervaring, of ‘verschuiving’, maar kan zo eenvoudig zijn als het besef dat wat hier wordt besproken gewoon strookt met de wijze waarop het leven zich afspeelt.
Nondualiteit is het eind van het geloof in mentale fantasieën, of het nu religieuze, culturele of psychologische zijn. In plaats daarvan komt het enige leven dat wie ook van ons ooit zal kennen: het leven zoals het is, simpelweg Dit, zonder afgescheidenheid, de ‘grens’ tussen degene die het over de zogenaamde verschuiving heeft en de zogenaamde zoeker incluis.
Ik schijn te behappen dat de persoonlijkheid als entiteit niet bestaat. Toch merk ik dat ik word aangetrokken tot (of afgestoten door) trekjes in andere wezens die volledig persoonlijk lijken, wat de suggestie wekt dat die persoonlijkheid toch bestaat. Wat denk jij?
MW: Voorkeur blijft zich afspelen omdat de verschijning niet verdwijnt, noch in een zombie verandert. Sprekers hebben het over ‘het karakter’, of zoals ze op een superingewikkelde manier plachten te zeggen: ‘het lichaam-denkwezen’, en er zijn er die gewoon zeggen dat het ik gewoon blijft, al is er ingezien dat het ik geen afgescheiden, autonoom wezen is. We kunnen stellen dat wat we persoonlijkheid noemen domweg de conditionering van het brein of van de mens is, al klinkt dat misschien een tikje klinisch. Maar voorkeuren blijven opdoemen.
Als dat wordt ingezien, is het ook duidelijk dat alle menselijke voorkeuren niet persoonlijker zijn dan de kleur van huid, haren of ogen, al voelen ze dan ‘persoonlijk’. Wanneer er gedachten opkomen over de man die hier ooit kwam om zijn vrouw met geweld mee naar huis te nemen en dreigde me te vermoorden, kan ik niet zeggen dat hier van meer of minder liefde sprake is dan wanneer ik aan mijn lieve vriendin Fiona denk. Maar het ligt voor de hand dat er een voorkeur is om tijd met Fiona door te brengen, net zoals er een voorkeur is voor een bepaalde dis, stijl of muziek.
Al zou je in een wereld van kunstmatige intelligentie leven, dan nog zou je misschien bepaalde robots verkiezen boven andere. Met mensen is het niet anders. Niemand kiest zijn karaktertrekken, maar dat geldt ook voor het feit dat geen mens de eigenschappen kiest die hij aantrekkelijk vindt. Voorkeur doet zich voor, maar de opvatting dat de ene beter is dan de andere is niet meer. Ik luister liever naar vioolmuziek dan naar death metal, omdat mijn conditionering zo in elkaar lijkt te zitten. Maar ik kan niet geloven dat de een beter is dan de ander. Met mensen is het net zo.
Waarschijnlijk geldt hetzelfde voor keus. Sinds het hier duidelijk is dat er niemand thuis is om een keuze te maken, is het leven een heel stuk lichter geworden, vooral op het gebied van oordeel. Toch merk ik dat ik nijdig word als ik iemand aan het stuur van een rijdende auto in z’n telefoon zie praten, al besef ik dat hij er niet voor heeft gekozen om een eikel te zijn.
MW: Ja, het is grappig dat oude conditionering kan blijven hangen, ook al zie je in dat je reactie nergens op slaat. Ramana [Maharshi,- BS] zei ooit dat een ‘wijze’ nog altijd last kan hebben van oude gewoonten en vergeleek dat met een ventilator die is uitgezet maar nog blijft draaien. Jim Newman meldt dat hij nog steeds boos wordt op wegpiraten, als is het niet ‘persoonlijk’.
Een bevriende neurowetenschapper vindt dat je de oude conditionering niet hoeft te geloven, al komen er reacties van vroeger op. Het verschil is dat de doorsneemens om de haverklap over de rooien kan zijn. Maar wanneer is begrepen dat er geen machinist van de handeling bestaat, snap je ook dat je boosheid geen grond heeft en zal die zakken. Als we beseffen dat niemand zijn handelingen kan veranderen, lijkt dat ruimte te maken voor een grotere mate van empathie.
Is een verlichte altijd lief en aardig?
MW: Toen ik een citaat van U.G. [Krishnamurti,- BS] op mijn pagina postte, grapte iemand dat die zijn meester en verlosser was. Michael [Markham,- BS] gaf als commentaar dat U.G. zijn vrouw mishandelde. Dat was de inspiratie voor een overpeinzing over het gedrag van wijzen en hoe wij tegen ze aankijken.
Als ik het goed heb, was de beweerde wreedheid van U.G. naar zijn vrouw voor zijn ‘rampspoed’, zoals hij de verschuiving van perspectief noemde. Hij erkende dat hij toen een dolende ziel was. Maar niets van wat mensen schijnen te doen, lijkt enig verband te hebben met wat ze zeggen, omdat voor geen van beide gekozen is. Ik weet vrij zeker dat ik, als ik maar diep genoeg graaf, in de levens van mensen die ik heb liefgehad en bewonderde wel een duister incident kan opgraven. Toen ik in Servië was, heb ik een oude man geholpen met voedsel rondbrengen naar arme gezinnen. Ze vertelden me dat hij jaren daarvoor, tijdens de oorlog, mensen vermoordde zoals degenen die hij nu hielp.
Hier is domweg geen sprake meer van iemand die wordt liefgehad en bewonderd, omdat ik opvattingen en handelingen niet meer beschouw als ‘behorende aan een bepaalde persoon’. Er zijn woorden die diep resoneren en tot leven komen in wat ik ook ben, en ik verbind wel namen aan die woorden. Maar ik ben me er ook van bewust dat sommige mensen naar wie jaren geleden dolgraag luisterde hun boodschap totaal hebben veranderd. Dat is niet van invloed op de wijze waarop hun eerdere woorden nog altijd resoneren. Als iemand iets zegt wat elektrische impulsen lijkt te ontsteken die vol blijdschap door het neurale netwerk van dit bruidsuikerbrein dansen, wordt er een resonantie gevoeld die de afgescheidenheid ontstijgt, alsof ik word toegezongen vanuit de diepte van mijn eigen hart. Dat is een vorm van intimiteit die ik liefde noem, en die heeft niets te maken met het verschijnsel van die persoonlijkheid in de wereld.
Echt, ik ken U.G. niet, behalve in de vorm van beeld en geluid op een scherm en een paar woorden die ik heb gelezen. Maar wie ken ik nou echt? Zeker niet de wijzen die ik nooit heb ontmoet of gekend in mijn eigen ingebeelde droombestaan.
Rick Archer zou Osho niet willen interviewen en Osho werd afgebrand in Batgap, anderen spreken met veel liefde over hem. Wat is de waarheid? Bestaat die wel? Ik zal het nooit weten, en zelfs als ik aan zijn voeten had gezeten, zou het niet meer zijn dan mijn verhaal.
Heilige of zondaar? Wie zal het zeggen? Over wie ook? In wat zich voordoet, is geen werkelijke grens tussen goed en kwaad. Was de man die meehielp kinderen te voeden een heilige toen ik bij hem was en een zondaar toen hij in dienst barbaarse wandaden beging? Of is het niet altijd, uitsluitend en alleen het leven dat zich gewoon afspeelt?
Als iemand mij vertelde dat mijn groep [Facebookgroep Nonduality Dreamlife,- BS] wordt gefinancierd door de Russische maffia, de Antifa, de John Birch Society, of de Revolutionaire Veganisten, zou dat van geen enkele invloed zijn op de waardering van ook maar één enkel woord. Al zou ik op de volgende jaarvergadering best eens mijn katapult bij me kunnen hebben.
De Engelse titel van je boek is This Terrible Love. [Met als ondertitel … that obliterates all but itself, ‘die alles met de grond gelijk maakt, behalve zichzelf; volgens een citaat van de schrijver Nicholas Willoughby,- BS] Wat is er zo vreselijk aan deze liefde?
MW: Deze liefde is verschrikkelijk omdat ze weigert zich te schikken naar de algemeen gangbare categorieën van liefde. Zij is niet persoonlijk, niet sentimenteel, zelfs niet hartstochtelijk. Het is helemaal geen liefde ‘van’ of een liefde ‘voor’ iets.
Zij is alomvattend en omhelst het leven zonder oordeel of onderscheid, terwijl iedere individuele expressie van wat zich voordoet wordt liefgehad in al haar ijle wonderbaarlijkheid en mysterie.
Het is een vreselijke liefde, die uiteindelijk weigert liefde genoemd te worden, omdat ze de immer verschuivende dans van naadloze levendigheid is die we nooit kunnen inperken of in een definitie vangen.
En toch is het juist die liefde die wij zijn, die zich onafscheidelijk en stralend voordoet als wat altijd al het geval is, deze vreselijke liefde