weerzin
Uiterlijk
- weer·zin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | weerzin | |
| verkleinwoord | weerzinnetje | weerzinnetjes |
de weerzin m
- sterke afkeer, tegenzin
- Hij heeft een weerzin tegen alles wat daarmee te maken heeft.
- ▸ Pellicorne kijkt naar Nella en probeert de glans van weerzin in zijn ogen te verbergen.[1]
- ▸ Dat is een spaak in het wiel van haar weerzin tegen hem, en dat geeft Nella hoop.[2]
- ▸ Na een allergie voor onnatuurlijke geluiden, volgt nu ook een weerzin tegen onnatuurlijke geuren.[3]
- Het woord weerzin staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "weerzin" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %