Naar inhoud springen

wand

Uit WikiWoordenboek
  • wand
enkelvoud meervoud
naamwoord wand wanden
verkleinwoord wandje wandjes

dewandm [3]

  1. een verticale afscheiding tussen twee vertrekken in een woonlaag van een gebouw
    • Je kunt deze wand beter een lichtere kleur geven. 
     Maar ik ben ook boer geweest, gemeenteraadslid, schrijver enm' Nu loopt hij naar een wand waar een gordijn voor hangt. Met een groots armgebaar gooit hij het gordijn opzij.[4]
     Op school lieten ze ons films zien over het leven in Engeland - schokkerige bolhoeden en bussen op de witgekalkte wand - terwijl we buiten alleen maar kikkers hoorden kwaken.[5]
  2. meer algemeen: verticaal oprijzend vlak (-> bergwand)
  3. nog algemener: omsluiting (-> celwand)
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]
enkelvoud meervoud
wand wands

wand

  1. (magie) toverstaf, toverstokje
  1. wand, Online Etymology Dictionary