Naar inhoud springen

volk

Uit WikiWoordenboek
  • volk
  • In de betekenis van ‘stam, bewoners van een staat’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord volk volken
volkeren
verkleinwoord volkje volkjes

hetvolko

  1. een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering
     Maar door Andrew leerde ik dat merkwaardige volk kennen.[3]
  2. de inwoners van een land
     Fysieke ontplooiing en ontwikkeling was een doorslaggevend onderdeel van een doordacht programma van nationale vorming (Bildung), evenzeer als de bestudering van wat als nationale geschiedenis van het Duitse volk werd beschouwd in de negentiende eeuw.[4]
    • Het Franse volk steunt zijn president. 
     Wandelend door de vele kleine bergdorpjes langs de trail heb ik het Amerikaanse volk leren kennen als vriendelijk, respectvol en opvallend gastvrij.[5]
  3. de lagere klassen
     Niet wanneer hij met zijn gedachten bij het volk was.[6]
     `Zwarte Piet' of 'Pietje Pik', zo noemde het volk in de middeleeuwen de duivel.[7]
  4. een aantal mensen
  5. een groep insecten die in hetzelfde nest wonen
  • Hoe later op de avond hoe schoner volk
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[8]
  1. "volk" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. volk op website: Etymologiebank.nl
  3. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  4. Onno van Nijf
    “Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312275
  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  7. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 14
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
naamwoord volk volke / volkere
  • volk
  • Afgeleid van het Nederlandse volk

volk

  1. volk; een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering
  2. volk; de inwoners van een land
  3. volk; een aantal mensen
  4. volk; de lagere klassen
  1. nasie
  2. menigte, mense
  3. gepeupel
  • volk
  • Afgeleid van het Oudnederlandse folk

volk

  1. volk
  • volk
  • Afgeleid van het Angelsaksische folk

volk

  1. volk
  • volk
  • Afgeleid van het Oudsaksische folk

volk

  1. volk
  • volk
  • Afgeleid van het Middelnederduitse volk

volk

  1. volk

volk m

  1. wolf