uit
Uiterlijk
- Geluid: uit (hulp, bestand)
- IPA: / œyt / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /œʏ̯t/, /ʌʏ̯t/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /œːt/
- uit
- erfwoord in de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 870 [1]
- afkomstig van:
- Verwant in Germaans:
- West: Engels: out (Angelsaksisch: út, úte), Duits: aus, (Oudhoogduits: úz), Fries: út (Oudfries: út)
- Noord: Zweeds: ut, ute, Deens: ud, ude
- Oost: Gotisch: ût
| vnw. bijw. | ||
|---|---|---|
| voorzetselbijwoord | uit | |
| persoonlijk | eruit | |
| aanwijz. | nabij | hieruit |
| veraf | daaruit | |
| vragend/betrekk. | waaruit | |
uit
- geeft aan van welke plaats iets komt.
- Dit komt uit de pot.
- ▸ Opgeladen in 5 minuten: Van Dillen ziet dat de Chinese automerken vooral kijken naar concurrenten uit eigen land. Dat is tekenend voor de grote stappen die Chinese elektrische automerken in korte tijd hebben gezet. Zo presenteerde BYD auto's die binnen 5 minuten voor 85 procent zijn opgeladen.[2]
- geeft aan van welke tijd iets komt
- ▸ Een zwart-wit beeld uit de jaren vijftig van de vorige eeuw: regen op het Lodewijk Napoleonplein in Assen, een man met een paraplu laat zijn honden uit, huizen van baksteen onder steile driehoekige daken. Er is maar een verbinding met het beeld van de schamele behuizingen in Tutwiler, Mississippi: de blues.[3]
|
|
|
1. geeft aan van welke plaats iets komt
uit de boot vallen
|
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | uit |
| verbogen | (alleen predicaat) |
uit
- niet aan, stand van een apparaat.
- Het koffiezetapparaat is al uit.
- balsport term voor als de bal buiten de lijnen van het speelveld is geraakt.
- Die bal was uit!
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- Uitmaken: ik maak het nu uit.
- de woning uit moetenuit de woning gezet worden
- er niet aan uit kunnen
- er niet over uit kunnenniet snappen
- uit kunnenrendabel zijn
de woning uit moeten
|
| vervoeging van |
|---|
| uiten |
uit
- Het woord uit staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "uit" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "uit" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron Aïda Brands“Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS - ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Erfwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Bijwoord in het Nederlands
- Voorzetsel in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Predicaatswoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %