teint
Uiterlijk
- teint
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1680 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | teint | |
| verkleinwoord | teintje | teintjes |
- de kleur die het gelaat heeft, gezichts- of huidskleur.
- Het woord teint staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "teint" herkend door:
| 90 % | van de Nederlanders; |
| 88 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ "teint" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| teint | le teint | teints | les teints |
teint m
| vervoeging van |
|---|
| teindre |
teint
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 90 %
- Prevalentie Vlaanderen 88 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Werkwoordsvorm in het Frans
- Deelwoord in het Frans