subir
Uiterlijk
- sub·ir
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| subir |
subissais |
subi |
| tweede groep | volledig | |
subir
- overgankelijk iets ondergaan; onder iets lijden
- ↑ subir (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| subir |
subia |
subido |
| volledig | ||
subir
- su·bir
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| subir |
subía |
subido |
| volledig | ||
subir
- onovergankelijk omhooggaan, klimmen, stijgen
- opstappen, instappen
- uploaden
- promotie maken
- overgankelijk beklimmen, bestijgen
- verhogen
- bevorderen
- oploaden
- subir in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Werkwoord in het Frans
- Overgankelijk werkwoord in het Frans
- Woorden in het Portugees
- Woorden in het Portugees van lengte 5
- Werkwoord in het Portugees
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 5
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Werkwoord in het Spaans
- Onovergankelijk werkwoord in het Spaans
- Overgankelijk werkwoord in het Spaans