slang
Uiterlijk
- slang
- [A] erfwoord via Middelnederlands slange van Oudnederlands slango [1] [2]
- [B] van Engels slang, in de betekenis van ‘groepstaal’ aangetroffen vanaf 1891 [4] [5] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | slang | slangen |
| verkleinwoord | slangetje | slangetjes |
- (reptielen) benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes
vormen
- ▸ Waakzaam schoten mijn ogen alle kanten op, speurend naar verborgen slangen in het struikgewas.[6]
- (techniek) buigzame buis
- 1. Een groene slang.
- 2. Een slang om brand te blussen.
- [1] serpent
|
|
|
|
- Listig als een slang
Erg listig, gewiekst zijn
- Een slang aan/in zijn boezem voeden
Goed zijn voor iemand die dat niet toekomt (een verrader, schurk e.d.)
- Als door een slang gebeten
Plotseling zeer verschrikt en/of heftig reageren
1. benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes vormen
[B] het slang o
- (taalkunde) woorden of manieren van spreken die kenmerkend zijn voor de informele contacten binnen een bepaalde sociale groep
- Het taalgebruik van monteurs zit vol met vaak onbegrijpelijk slang.
- Het woord slang staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "slang" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[7] |
- [A] Slangen

- [B] Slang (taal)

- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ slang op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 3 "slang" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ slang op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Geluid: slang (VS) (hulp, bestand)
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| slang | slangs |
slang
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to slang |
| he/she/it | slangs |
| verleden tijd | slanged |
| voltooid deelwoord |
slanged |
| onvoltooid deelwoord |
slanging |
| gebiedende wijs | slang |
slang
- onovergankelijk slang gebruiken
- overgankelijk uitkafferen, uitschelden
- eerste en derde persoon verleden tijd van to sling
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Heteroniem in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Erfwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Reptielen in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Taalkunde in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels