Naar inhoud springen

slang

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Slang

(heteroniem)

  • slang
enkelvoud meervoud
naamwoord slang slangen
verkleinwoord slangetje slangetjes

[A]deslangv/m

  1. (reptielen) benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes op Wikispecies vormen
     Waakzaam schoten mijn ogen alle kanten op, speurend naar verborgen slangen in het struikgewas.[6]
  2. (techniek) buigzame buis
  • Listig als een slang
Erg listig, gewiekst zijn
  • Een slang aan/in zijn boezem voeden
Goed zijn voor iemand die dat niet toekomt (een verrader, schurk e.d.)
  • Als door een slang gebeten
Plotseling zeer verschrikt en/of heftig reageren

[B]hetslango

  1. (taalkunde) woorden of manieren van spreken die kenmerkend zijn voor de informele contacten binnen een bepaalde sociale groep
    • Het taalgebruik van monteurs zit vol met vaak onbegrijpelijk slang. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[7]
enkelvoud meervoud
slang slangs

slang

  1. (taalkunde) (zeer specifieke) groepstaal, slang
vervoeging
onbepaalde wijs to  slang 
he/she/it  slangs 
verleden tijd  slanged 
voltooid
deelwoord
 slanged 
onvoltooid
deelwoord
 slanging 
gebiedende wijs  slang 

slang

  1. onovergankelijk slang gebruiken
  2. overgankelijk uitkafferen, uitschelden
  1. eerste en derde persoon verleden tijd van to sling