Naar inhoud springen

roesten

Uit WikiWoordenboek
  • roes·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
roesten
roestte
geroest
zwak -t volledig

roesten

  1. het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen
    • Auto's roesten snel als zij aan wegenzout worden blootgesteld. 
  2. door roest vast gaan zitten
    • "Het zal me aan mijn reet roesten!" zei de eigenaar van het pand. 
  3. (kippen) op stok zitten
    • De kippen waren rustig aan het roesten. 
  4. (biologie) het in groepen doorbrengen van de nacht van vliegend wild
    • Die kauwen roesten altijd in de bomen achter het huis. 
bruine roest met uredosporen op tarwe (Puccinia recondita f.sp. tritici)
enkelvoud meervoud
naamwoord roesten
verkleinwoord

[1] [2]

deroestenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord roest
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (steeltjeszwammen) een klasse Pucciniomycetes op Wikispecies binnen het rijk van de schimmels (Fungi op Wikispecies), behorend tot de stam van Basidiomycota op Wikispecies. Roesten veroorzaken ziekten bij planten. De schimmels tasten het blad aan. Ze komen onder andere voor op granen, gras en prei. In Nederland komen ongeveer 200 roestschimmels voor. De levenscyclus bestaat uit vijf stadia, die op twee verschillende waardplanten doorlopen worden
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]