roesten
Uiterlijk
- roes·ten
- Afgeleid van roest.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| roesten |
roestte |
geroest |
| zwak -t | volledig | |
roesten
- het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen
- Auto's roesten snel als zij aan wegenzout worden blootgesteld.
- door roest vast gaan zitten
- "Het zal me aan mijn reet roesten!" zei de eigenaar van het pand.
- (kippen) op stok zitten
- De kippen waren rustig aan het roesten.
- (biologie) het in groepen doorbrengen van de nacht van vliegend wild
- Die kauwen roesten altijd in de bomen achter het huis.
1. het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen
2. door roest vast gaan zitten
3. (kippen) op stok zitten
4. (biologie) het in groepen doorbrengen van de nacht van vliegend wild

| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | roesten | |
| verkleinwoord |
de roesten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord roest
- meervoudsvorm als officiële benaming (steeltjeszwammen) een klasse Pucciniomycetes
binnen het rijk van de schimmels (Fungi
), behorend tot de stam van Basidiomycota
. Roesten veroorzaken ziekten bij planten. De schimmels tasten het blad aan. Ze komen onder andere voor op granen, gras en prei. In Nederland komen ongeveer 200 roestschimmels voor. De levenscyclus bestaat uit vijf stadia, die op twee verschillende waardplanten doorlopen worden
- [2] aardkastanjeroest, afgeronde jeneverbesroest, agrimonieroest, akkerdistelroest, akkerkoolroest, amandelwilgroest, anemoon-en-ruitroest, anjerfamilieroest, aspergeroest, Australische composietenroest, berenklauwroest, betonieroest, bietenroest, boerenkersroest, boerenwormkruidroest, bosaardbeiroest, bosanemoon-lijsterbesroest, bosereprijsroest, boterbloem-grassenroest, boterbloem-rietroest, brandnetelroest, bruine roest, bruinevlekkenroest, cichoreiroest, cipreswolfsmelk-klaverroest, cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroest, composieten-zeggeroest, daslook-schietwilgroest, distelroest, duinrietroest, dwergroest, eencellige braamroest, eencellige geraniumroest, eencellige valeriaanroest, eencellige varkensgrasroest, eenkennige muskuskruidroest, eenporige ganzerikroest, eenvormige klaverroest, eenvoudige walstroroest, eikvarenroest, engels-grasroest, fijnspar-prunusroest, fijnwrattige papilroosroest, framboosroest, geelster-vogelmelkroest, gemene oranje roest, gewone crocusroest, gewone vrouwenmantelroest, gladde klaverroest, gladde roosroest, grofwrattige papilroosroest, grote-maagdenpalmroest, heelblaadjesrusroest, helmroest, hertshooiroest, hondsdrafroest, hondspeterselieroest, hondstandroest, hyacintroest, irisroest, Japanse roest, kaasjeskruidroest, klaverroest, klaverzuringroest, kleefkruidroest, klein hoefblad-beemdgrasroest, kleinepimpernelroest, kleinspringzaadroest, korenbloemroest, kortsteelroest, kraakwilgroest, kroonroest, kroontjeskruidroest, kruiskruidroest, kussentjesjeneverbesroest, lamsoorroest, lariks-populierenroest, lariks-wilgenroest, leeuwenbekroest, lijsterbes-jeneverbesroest, look-populierenroest, look-wilgenroest, lookroest, madeliefjes-veldbiesroest, madeliefjesroest, mansoorroest, maïsroest, meidoorn-jeneverbesroest, melkdistelroest, misvormende uromyceswolfsmelkroest, moerasspirearoest, morgensterroest, muntroest, muskuskruid-springzaadroest, naakte adderwortelroest, onverdikte walstroroest, onvolledige sileneroest, ooievaarsbek-veenwortelroest, oranje gladiolenroest, paardenbloemroest, papilbraamroest, peer-jeneverbesroest, pelargoniumroest, pijpenstrootjesroest, pimpernelroest, poreuze ganzerikroest, pruimenroest, ribes-katwilgroest, ribes-zeggeroest, ribesroest, ribzaadroest, rietgrasroest, roest, ruwe-smeleroest, scheerlingroest, schermbloemenroest, schijftrilkorstje, schijnaardbeiroest, selderijroest, sla-zeggeroest, slank mossenknotsje, sleedoornroest, sleutelbloemroest, smeleroest, speenkruid-zuringroest, speenkruidroest, steenbraamroest, streeproest, streepzaadroest, tuinbingelkruidroest, tuinboon-wikkeroest, tweecellige geraniumroest, tweecellige heksenkruidroest, tweecellige sileneroest, tweecellige valeriaanroest, tweecellige veldzuringroest, valse-salieroest, vederdistelroest, veelcellige alpenroosroest, veelcellige braamroest, veelvormige basterdwederikroest, veelvormige klaverroest, veelvormige walstroroest, veelzijdige populierenroest, veldbiesroest, violet wasviltje, viooltjesroest, vlasroest, vogelmelkroest, volledige sileneroest, voszeggeroest, waardrijke wilgenroest, waternavelroest, waterscheerlingroest, weymouth-dennenblaasroest, wilgenroosjeroest, winderoest, wolfsmelk-anjerroest, wolfsmelkroest, zeekraalroest, zevenbladroest, zonnekroon-rusroest, zuring-rietroest, zwarte roest, zwenkgrasroest
- Het woord roesten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "roesten" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Biologie in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Meervoudsvorm binnen nomenclatuur in het Nederlands
- Steeltjeszwammen in het Nederlands
- Schimmels in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %