resistent
Uiterlijk
- re·sis·tent
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | resistent | resistenter | resistentst |
| verbogen | resistente | resistentere | resistentste |
| partitief | resistents | resistenters | - |
resistent
- bestand tegen
- (medisch) bestand tegen ziektes, immuun, onvatbaar
- ▸ De patiënt is opgenomen in quarantaine. Ondanks voorzorgsmaatregelen duikt de MRSA-bacterie, die resistent is tegen anti-biotica, af en toe in ziekenhuizen op. Met name voor mensen met een verminderde weerstand of operatiepatiënten kan besmetting gevaar opleveren. Gezonde mensen kunnen bacteriedrager zijn zonder daar iets van te merken. Het ZGT neemt maatregelen om de bacterie te bestrijden.[4]
- Het woord resistent staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "resistent" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ resistent op website: Etymologiebank.nl
- ↑ www.nu.nl
- ↑ www.nu.nl
- ↑
Weblink bron Ditta Op den Dries“MRSA ontdekt in ZGT Hengelo” (24-10-2008), Tubantia - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be