programmateur
Uiterlijk
- van programmer met het achtervoegsel -ateur [1]
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord | |
| mannelijk | programmateur | le programmateur | programmateurs | les programmateurs |
| vrouwelijk | progammatrice | la progammatrice | progammatrices | les progammatrices |
programmateur m
- (beroep) iemand die verantwoordelijk is om een programma op te stellen (van bv. een festival); programmeur
- mannelijke vorm van programmatrice
- ↑ programmateur (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.