Naar inhoud springen

priester

Uit WikiWoordenboek
  • pries·ter
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘geestelijke’ voor het eerst aangetroffen in 1236 [1]
  • Van Latijn presbyter (oude man, ouderling, priester). Op zijn beurt van Grieks presbuteros (ouder), overtreffende trap van presbus (oud). [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord priester priesters
verkleinwoord priestertje priestertjes

depriesterm

  1. (beroep) (religie) iemand die de religieuze (offer) rituelen verzorgt
     De Nederlanden: 1466/1469 tot 1495 Erasmus werd in de nacht van 27 op 28 oktober geboren als tweede zoon van de priester Gerard Helye (zoon van Elias) en Margaretha, de dochter van een arts uit Zevenbergen, een dorpje op de grens tussen Holland en Brabant.[3]
     Dat weet ik van de priester van dat kleine kerkje dat ik op mijn eerste dag passeerde.[4]
    • De priesters van Amon waren bijzonder machtig in het Egypte van de 21ste dynastie. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]