Naar inhoud springen

ook

Uit WikiWoordenboek
  • ook

ook

  1. daarnaast; verder; tevens
     Heffingen maakten Chinese auto's niet duurder: Afgelopen zomer voerde de EU nog heffingen in om de Europese auto-industrie te beschermen tegen de veel goedkopere auto's uit China. Maar volgens brancheorganisatie Bovag hebben de heffingen niet geleid tot hogere prijzen voor Chinese elektrische auto's. "De Chinese bedrijven hebben de hogere prijzen kennelijk weten te absorberen. Dat laat ook zien hoe efficiënt zij auto's kunnen produceren", zegt Geert Brummelhuis van Bovag.[3]
    • Ook de brandweer was naar het ongeluk toegekomen. 
  2. net als de anderen
     Na een gigantische knal vlak boven ons hoofd stonden de stoere jonge gasten binnen tien seconden ook binnen.[4]
     Dat zegt ook kennisinstituut Deltares, dat in Nederland een grote rol heeft in het onderzoek naar de bodem en water. "Deltares heeft een sterke relatie met de VU. We delen kennis, studenten studeren bij ons af of lopen bij ons stage. En een aantal van onze medewerkers komt daar ook vandaan, heeft daar een gedeelde aanstelling of is gedetacheerd", zegt wetenschappelijk directeur Bart van den Hurk, zelf ook gedetacheerd aan de VU.[5]
  3. wordt gebruikt om de rest van de mededeling te benadrukken, veelal ter uiting van vertwijfeling of ergernis; de klemtoon in de zin ligt dan meestal op het gedeelte meteen erna
    • Het is ook nooit goed, hè? 
    • Ik moet ook alles alleen doen. 
  • In een gewone zinsvolgorde is niet altijd duidelijk op welk zinsdeel "ook" betrekking heeft en moet dit uit de context worden afgeleid. Het kan ook worden aangegeven met een klemtoon:
    • Zijn vrienden gingen eikels zoeken. Híj liep ook door het bos. (Hij ook, net als zijn vrienden)
    • Hij had te voet de bosrand bereikt. Hij líép ook door het bos. (Ook lopend, net als daarvoor)
    • Hij wandelde eerst eens om het bos heen. Hij liep ook dóór het bos. (Niet alleen er omheen)
    • Hij wandelde over de velden. Hij liep ook door het bós. (Niet alleen over de velden)
  • Wie er de nadruk op wil vestigen een verschil met mogelijke verwachtingen, spreekt "ook" met extra klemtoon uit, dit kan schriftelijk met klemtoontekens worden weergegeven als "óók". Het is ook mogelijk de zin in dat geval met "ook" te beginnen: "Ook gij, Brutus?" kan meer hedendaags worden weergegeven als "Brutus, jij óók?".
  • ook al
  • ook maar
zelfs niet dat weinige
Hij verliet het land zonder ook maar een keer terug te komen. (Hij kwam dus nul keer terug)
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]
  1. "ook" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. ook op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 24 april 2025 Weblink bron
    Aïda Brands
    “Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS
  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 6 mei 2025 Weblink bron
    Sven Schaap
    “Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

ook

  1. (anatomie) voet