Naar inhoud springen

munten

Uit WikiWoordenboek
  • mun·ten
  • In de betekenis van ‘doelen op’ voor het eerst aangetroffen in 1504 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
munten
muntte
gemunt
zwak -t volledig

munten overgankelijk

  1. (financieel) een stuk metaal omvormen tot een munt
    • In Dorestad werden lange tijd sceatta's gemunt, die in het belendende Frankische Rijk in ruime omloop waren. 
  2. iets of iemand als mikpunt hebben
    • Zij hebben het altijd weer op hem gemunt. 
  3. (taalkunde) een nieuw woord introduceren
    • Tot slot is het interessant te bezien door wie woorden worden gemunt. [3] 
     Criminoloog Wouter Buikhuisen is afgelopen dinsdag op 91-jarige leeftijd overleden. Buikhuisen is onder meer bekend van de affaire Buikhuisen. Ook muntte hij de naam provo voor de Provobeweging in Amsterdam, een protestbeweging die in de jaren 60 werd opgericht.[4]

demuntenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord munt
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]