Naar inhoud springen

met

Uit WikiWoordenboek

[A] met

  1. en daarbij
    • 's Ochtends eten we brood met beleg. 
  2. in gezelschap van
    • Ik ga met hem mee. 
  3. als partner hebbende
    • Morgen zal ik er met m'n manager over spreken. 
  4. als gevoel hebbende
    • Hij bekeek de pentekening met interesse. 
  5. na, als gevolg van
    • Het wordt er met de tijd niet beter op. 
    • Met Karels vertrek raken we een waardevolle collega kwijt. 
  6. gelijktijdig met, tijdens
    • Met de schoolvakantie is het rustig in de stad. 
  7. ter gelegenheid van
    • We zijn met mijn verjaardag naar de Keukenhof geweest. 
  8. gebruik makend van, door middel van, met behulp van
    • Met dit mes werd de moord gepleegd. 
    • Ik reis morgen met de trein naar Purmerend. 
«Met dat ik binnenkwam ging de telefoon over.»
verkering hebben met
  • met dat
op hetzelfde moment, toen, zodra
  • Met Noach in de ark geweest zijn
erg oud(erwets) en uit de mode zijn
  • Met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen
Nooit! (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs)
  • Met alle winden waaien
door alles en iedereen laten beïnvloeden
  • Met andermans kalf ploegen
terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt
  • Met andermans veren pronken
weglopen met de ideeën van een ander ofwel: met iets van een ander zelf gaan pronken
  • Met bed en bult
met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan
  • Met de Franse slag doen
een taak (uit desinteresse) niet goed afmaken ofwel: weinig tijd/moeite in iets steken
  • Met de deur in huis vallen
meteen ter zake komen / onmiddellijk over datgene beginnen waarvoor men kwam zonder
  • Met de gebakken peren (blijven) zitten
voor de moeilijkheden opdraaien
  • Met de hand op het hart
eerlijk en gemeend
  • Met de handen in het haar zitten
niet weten wat je moet doen/Niet weten wat je er mee aan moet vangen
  • Met de helm (op) geboren zijn
de toekomst kunnen voorspellen
  • Met de hoed in de hand komt men door het ganse land.
iemand die vriendelijk is bereikt meer in het leven dan iemand die onaardig en onbeleefd is
  • Met de kippen op stok gaan
vroeg naar bed gaan
  • Met de kous op de kop thuiskomen
teleurgesteld thuiskomen
  • Met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden.
op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden
  • Met de mond vol tanden staan
niet weten wat je moet zeggen/ergens versteld van staan
  • Met de muts naar iets gooien
ergens geen zorg aan besteden
  • Met de nachtschuit komen
erg laat
  • Met de nachtschuit vertrekken
het er erg stilletjes vandoor gaan
  • Met de natte vinger doen
Onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk
  • Met de nek aanzien
iemand negeren en duidelijk laten merken een hekel aan iemand te hebben
  • Met de noorderzon vertrekken
stil vertrekken
  • Met de paplepel ingeven
al heel jong iets leren
  • Met de pet naar iets gooien
niet echt moeite voor iets doen ofwel: zonder inzicht schatten
  • Met de pet rondgaan
Om geld vragen
  • Met de prins over de Maas geweest zijn
Veel meegemaakt hebben
  • Met de rug tegen de muur staan
geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg
  • Met de vinger nawijzen
iemand uitgelachen
  • Met dubbel krijt schrijven
Te hoge prijzen rekenen
  • Met een gouden hengel vissen.
Door bedrog zijn doel halen.
  • Met een kanon op een mug schieten
Ophef maken om niks
  • Met een nat zeil thuiskomen
dronken thuiskomen
  • Met een schone lei beginnen
beginnen alsof er niets gebeurd is
  • Met een sisser aflopen
probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk reuze mee
  • Met één voet in het graf staan
iemand gaat bijna dood
  • Met een waterzeil thuiskomen
doornat zijn
  • Met geen pen te beschrijven zijn
iets niet met woorden kunnen zeggen
  • Met gelijke/dezelfde munt betalen
op dezelfde wijze op iemand reageren zoals die dat zelf naar jou deed
  • Met gesloten beurs betalen
door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen
  • Met grote heren is het kwaad kersen eten
met hoge heren verlies je meestal
  • Met hangen en wurgen
  • Met hangende pootjes
bewust van schuld (thuis)komen
  • Met hart en ziel (doen)
met plezier en passie iets doen
  • Met het blote oog waarneembaar
Zichtbaar zonder optische hulpmiddelen
  • Met het ene been in het graf staan
niet lang meer te leven hebben
  • Met het hoofd tegen de muur lopen
mislopen
  • Met het verkeerde been uit bed stappen
een slecht humeur hebben
  • Met het water voor de dokter komen
zeggen wat je bedoelt
  • Met het zout komen als het ei op is.
met een oplossing komen als het probleem er niet meer is
  • Met hutje en mutje vertrekken
vertrekken met alles wat je maar hebt
  • Met iets op de proppen komen
  • Met kunst- en vliegwerk
  • Met lange tanden eten
met tegenzin eten
  • Met lege handen staan
niets meegenomen hebben
  • Met man en macht iets doen
iedereen werkt hard mee
  • Met man en muis vergaan
iedereen verdronk bij het vergaan van een schip
  • Met molentjes lopen
in de war zijn ofwel: niet goed bij het verstand zijn
  • Met onwillige honden is het slecht hazen vangen.
het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen
  • Met open vizier strijden
openlijk zijn en eerlijk uitkomen voor de eigen mening in een conflict
  • Met opgestoken/opgestreken zeil naar iemand toe gaan
boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen
  • Met pak en zak (gaan)
met veel bagage gaan
  • Met passen en meten wordt de tijd versleten.
men moet het aanpakken en geen tijd met onbelangrijke dingen verspillen
  • Met sint-juttemis
Nooit!
  • Met spek schieten
overdrijven of opscheppen
  • Met stille trom vertrekken
vertrekken zonder iemand het te laten weten
  • Met tijd en stro rijpen de mispels
  • Met twee maten meten
niet gelijk behandeld worden (met dezelfde omstandigheden)
  • Met twee monden praten
jezelf tegenspreken in verschillende situaties ofwel: niet eerlijk zijn
  • Met twee tongen spreken
niet eerlijk zijn
  • Met vallen en opstaan (leren)
door mislukkingen leren
  • Met vlag en wimpel slagen
met zeer goede cijfers slagen
  • Met vuur spelen
met gevaarlijke dingen laks omgaan, gevaarlijke dingen doen
  • Met wortel en tak uitroeien
iets volledig bestrijden om er geen last meer van te hebben
  • Met zijn gat in de boter vallen
trouwen met een rijke vrouw ofwel: onverwacht veel geluk hebbende
  • Met zijn neus in de boter vallen
onverwacht voordeel hebben
  • Met zijn talenten woekeren
de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken
  • Met zijn tien geboden eten
zonder bestek met de vingers eten
  • Met zijn ziel onder de arm lopen
zich vervelen
  • met de hand gemaakt
niet machinaal gemaakt
  • Al vaak met dat bijltje gehakt hebben
het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet
  • Appels met peren vergelijken
twee totaal verschillende dingen vergelijken alsof ze eender zijn, waardoor de vergelijking onzinnig is
  • Dat zijn aambeien met slagroom.
dat zijn dingen die niets met elkaar van doen hebben.
  • De draak met iets steken
ergens niets van geloven en grapjes over gaan maken
  • De gek met iemand steken
spotten met iemand
  • De hand met iets lichten
minder streng zijn dan normaal
  • De kip met gouden eieren slachten
Een iets met veel rendement wegdoen
  • De ouderdom komt met gebreken.
als je ouder wordt ga je van alles mankeren
  • De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.
veel goede voornemens hebben zonder ze daadwerkelijk uit te voeren
  • Dieven met dieven vangen
mensen die niet eerlijk zijn of gemeen, moet je op dezelfde manier ook behandelen
  • Dweilen met de kraan open
het probleem is zo erg dat de middelen tekortschieten
  • Een appeltje met iemand te schillen hebben
nog een rekening met iemand te vereffenen hebben, i.e. op vergelding/wraak uit zijn (of: nog een vervelend onderwerp te bespreken hebben)
  • Een dood kind met een lam handje.
Een nietswaardige zaak.
  • Een hartig woordje met iemand spreken.
  • Een loopje met iemand nemen
zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft)
  • Een schip met zure appels zijn/komen
iemand begint bijna met huilen ofwel: het naderen van een zware bui
  • Er met de pet naar gooien
je doet niet je best
  • Er met de pet niet bij kunnen
het niet willen/kunnen snappen
  • Ergens met lood in de schoenen naar toe gaan
ergens verschrikkelijk tegen opzien
  • Geen land met iemand kunnen bezeilen
met iemand niets kunnen beginnen omdat die niet wil
  • Het met iemand aan de stok hebben/krijgen
ruzie met elkaar hebben/krijgen
  • Het ene gat met het andere stoppen
het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen
  • Het kind met het badwater weggooien
iets afkeuren omdat een klein deel niet goed is ofwel: het goede en waardevolle met het slechte en waardeloze weggooien
  • Het verstand komt met de jaren
naar mate je ouder wordt, word je wijzer en verstandiger
  • Het verstand komt met de jaren.
oudere mensen zijn wijzer en...jongere mensen mogen fouten maken
  • Huilen met de wolven in het bos
het er niet mee eens zijn maar wel de baas gelijk geven en bevestigen
  • Iemand met een kluitje in het riet sturen
een antwoord krijgen waar men niets aan heeft
  • Iemand met open armen ontvangen
erg hartelijk ontvangen worden
  • Iemand met schele ogen aankijken
Jaloers zijn op iemand
  • Iemand koeien met gouden horens beloven
iets moois beloven maar niet nakomen
  • Iets met Argusogen gadeslaan
iets met wantrouwen bekijken
  • Iets met argusogen bekijken
  • Iets met de mantel der liefde bedekken
iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren
  • Iets met de moedermelk binnenkrijgen
iets leren in de eerste levensjaren
  • Iets met een korreltje zout nemen
iets beschouwen als overdreven
  • Iets met lede ogen aanzien
jaloers zijn, Iets met spijt aanzien
  • Iets met voeten treden
zich (bewust) niet aan de regels houden
  • Iets (met krijt) aan de balk schrijven
een gebeurtenis is zo belangrijk/bijzonder dat men het niet wil vergeten
  • Iets niet met droge ogen kunnen aanzien
letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets
  • Je ergens met een jantje-van-leiden van afmaken
  • Je moet roeien met de riemen die je hebt.
je moet gebruikmaken van de middelen die je ter beschikking staan
  • Lachen als een boer met kiespijn
  • Men kan geen ijzer met handen breken.
iets niet doen omdat er op dat moment de tijd/middelen niet voor handen zijn
  • Men moet vossen met vossen vangen.
je moet een slimme persoon vangen door slim te zijn
  • Men vangt meer vliegen met honing dan met azijn.
door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden
  • Op goede voet staan met iemand
Vriendschappelijk of vertrouwelijk met iemand om kunnen gaan
  • Ouderdom komt met gebreken.
letterlijk
  • Rekening houden met iets.
  • Roeien met de riemen die je hebt
het moeten doen met dat wat je hebt
  • Spijkers met koppen slaan
eindelijk een stap vooruit in het proces
  • Tranen met tuiten huilen/schreien
heel erg huilen zonder dat het echt erg is
  • Vertrek met je luizen.
Pak je biezen.
  • Wie met pek omgaat, wordt ermee besmet.
wie met slechte mensen omgaat neemt de gewoontes van die mensen over
  • Zich met hand en tand verzetten
zich zich heftig verzetten en er alles aan doen om het niet te laten doorgaan
  • Zich er met Jantje van Leiden afmaken
Onzorgvuldig zijn en weinig aandacht aan het werk besteden
  • Zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen.
door te sparen krijg je uiteindelijk een grote som geld
  • iemand met de neus op de feiten drukken
iemand iets duidelijk maken
enkelvoud meervoud
naamwoord met -
verkleinwoord

[B]hetmeto

  1. (verouderd) voedsel dat halverwege de dag wordt gegeten
    1. (voeding) stukjes die overblijven bij het snijden van grotere stukken varkensvlees
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  • Leenwoord uit het Nederlands

met

  1. met
  • Afgeleid van het Middelhoogduitse mit

met + datief

  1. met

met

  1. ontmoette, ontmoet (in bv. heb ontmoet).
    onvoltooid verleden tijd of voltooid deelwoord van meet (ontmoeten)


vervoeging van
mettre

met

  1. derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van mettre


  • Afgeleid van het Oudhoogduitse metu

met

  1. mede
  • Afgeleid van het Oudnederlandse mit

met + datief

  1. met
  • met

met

  1. met

met

  1. genitief meervoud van meta
  • met

met monbezield

  1. (sport) slingerbeweging van de benen tijdens het sporten op een toestel
  2. (verouderd)(sport) gooi, worp
  1. hod monbezield, vrh monbezield, házení o, metání o

    met

    1. genitief meervoud van meta
    • met

    met

    1. met

    met

    1. met
      «Boheemn is ‘n historische regio in Centroal Europa, die bestoat uut de westelikke twi derdn van de nu Tsjechische Republiek, met ‘n hoofdstad Praag.»
      Bohemen is een historisch regio in Centraal-Europa, die bestaat uit de westelijke twee derde van deze Tsjechische Republiek, met de hoofdstad Praag.