Naar inhoud springen

leider

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: lijder
  • lei·der
enkelvoud meervoud
naamwoord leider leiders
verkleinwoord leidertje leidertjes

deleiderm

  1. iemand die leidt of bestuurt
    • Elke goed samenwerkende groep heeft een leider nodig. 
     Vanaf 1971 was hij elf jaar landelijk politicus, waarvan negen jaar als leider van D66. Als het vleesgeworden redelijk alternatief gaf hij de partij na het vertrek van de flamboyante oprichter Hans van Mierlo een nieuw gezicht.[1]
     Vooral in de media werd Buikhuisen verguisd, onder meer door columnist Piet Grijs (een pseudoniem van Hugo Brandt Corstius). Die noemde hem een "kale, impotente carrièrewetenschapper" en vergeleek hem met de toenmalige leider van de nationaalsocialistische Nederlandse Volks-Unie (NVU).[2]
  2. een persoon of ploeg die op de eerste plaats staat in een competitie of wedstrijd
    • De leider in de Ronde van Frankrijk verstevigt zijn leiderspositie door nog een etappe te winnen. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2025 Weblink bron
    Dik Verkuil
    “Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Criminoloog Wouter Buikhuisen (91) overleden” (10 mei 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

leider

  1. helaas
  • IPA: /ˈlɛɪðɐ(r)/ (Etsbergs)

leider

  1. helaas
    «Achter g'm Kriege woort 't Platoeasj, 't Lèmbörgsj Veurlèmbörgs, tözaam g'm Hoeagpruusje es "ennemis" gezeen èn daodórch is 't leider oedgestórve.»
    Na de Tweede Wereldoorlog werd het Platois, het Limburgs van het oude Hertogdom Limburg, samen met het Hoogduits als "ennemis" gezien en daardoor is het jammer genoeg uitgestorven.