kus
Uiterlijk
- kus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kus | kussen |
| verkleinwoord | kusje | kusjes |
de kus m
- het de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken
- Zij gaf haar baby een kus op het voorhoofd.
- Kijk nu eens naar haar mond en stel je een ogenblik voor dat je onze Albert bent. Van die mond had hij warme, tedere kussen gekregen, die zijn buik optilden tot hij op springen stond, hij had haar speeksel in zijn mond voelen stromen en het met grote hartstocht opgezogen, Cécile was in staat tot zulke wonderen, dat ze niet zomaar een meisje was. [1]
- ▸ Ik kon niet horen wat ze zeiden, ik kon alleen hun lichaamstaal bestuderen, het ritueel van een zak waarop werd geklopt, hoofden die zich naar elkaar toe bogen als voor een kus terwijl de aansteker werd opgehouden en de sigaret werd aangestoken, een been dat koket naar achteren werd gestoken en tegen een muur geplaatst.[2]
1. het de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken
| vervoeging van |
|---|
| kussen |
kus
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kussen
- Ik kus.
- gebiedende wijs van kussen
- Kus!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kussen
- Kus je?
- ▸ Mijn zoon sabbelt op het kikkerhandje terwijl ik hem welterusten kus.[3]
- ▸ Als ik de volle maan zie sla ik vreemd genoeg altijd een kruis, kus mijn duim en wijs naar de maan als gebaar van dankbaarheid voor de rijke ervaringen in mijn leven en de mensen om mij heen.[4]
- ▸ Wanneer ik de knie van mijn zoon kus na een val, of met mijn dochter een spreuk herhaal om enge dromen te weren, schep ik bij mijn kinderen een verwachting - en die verwachting doet iets.[3]
- Het woord kus staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kus" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Lemaitre, Pierre"Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 18
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - 1 2 Lynn Berger“De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- IPA: /kœs/
- Van het Nederlandse kust
kus
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Van het Nederlandse kus
kus
- Van het Nederlandse kussen
kus
kus m
- IPA: /kʊs/
- kus
- Afgeleid van het Proto-Slavische *kǫsъ
kus m
- stuk; deel, gedeelte, onderdeel van een geheel
- stuk; één uit meerdere dezelfde of soortegelijke voorwerpen
- kus
- Afgeleid van het Proto-Slavische *kǫsъ
- stuk; deel, gedeelte, onderdeel van een geheel
- «Měl hlad a prosil o kus chleba.»
- Hij had honger en vroeg om een stuk brood.
- «Měl hlad a prosil o kus chleba.»
- stuk; één uit meerdere dezelfde of soortegelijke voorwerpen
- «Stůl je kus nábytku.»
- Een tafel is een meubelstuk.
- «Stůl je kus nábytku.»
- (handel) stuk; één als teleenheid
- «Na porci počítáme 6 kusů houstiček.»
- Voor een portie rekenen we 6 stuks kaiserbroodjes.
- «Na porci počítáme 6 kusů houstiček.»
- (kunst) stuk; een afgerond product van nijverheid of kunst
- «Hrali kus od Mozarta.»
- Zij speelden een stuk van Mozart.
- «Hrali kus od Mozarta.»
- grap, truc, streek, bedrog
- (verouderd) stuk; kanon
- stuk; een onbepaalde, meestal grote, hoeveelheid of maat
- «Je to ještě kus cesty.»
- Het is nog een stuk (voordat we er zijn).
- «Je to ještě kus cesty.»
- (figuurlijk) stuk; een aantrekkelijke vrouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | kus | kusy |
| genitief | kusu | kusů |
| datief | kusu | kusům |
| accusatief | kus | kusy |
| vocatief | kuse | kusy |
| locatief | kusu / kuse | kusech |
| instrumentalis | kusem | kusy |
- –
- –
- ks
- –
- –
- –
- –
- –
- dva kusy – twee stuks
- kus dortu – een stuk taart
- v jednom kuse
- za kus – per stuk
kus
- stuk; op een zekere afstand
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Afrikaans
- Woorden in het Afrikaans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Werkwoord in het Afrikaans
- Woorden in het Nedersorbisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersorbisch
- Woorden in het Slowaaks
- Woorden in het Slowaaks met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Slowaaks
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Woorden in het Tsjechisch met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Handel in het Tsjechisch
- Kunst in het Tsjechisch
- Verouderd in het Tsjechisch
- Mannelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Onbezield mannelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Bijwoord in het Tsjechisch