involve
Uiterlijk
| Naar frequentie | 341 |
|---|
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to involve |
| he/she/it | involves |
| verleden tijd | involved |
| voltooid deelwoord |
involved |
| onvoltooid deelwoord |
involving |
| gebiedende wijs | involve |
involve
- overgankelijk bevatten, met zich meebrengen, omvatten
- overgankelijk beïnvloeden
- overgankelijk betrekken bij / in, involveren, te maken hebben met, betreffen
- overgankelijk compliceren, verwarren
- overgankelijk omgeven
- [3]: involved in
- [3]: involved with
- [1-5]: involvement
- [1-5]: involved
- [1-5]: involver