geschenk
Uiterlijk
- Geluid: geschenk (hulp, bestand)
- IPA: / ɣəˈsxɛŋk / (2 lettergrepen)
- (Nederland) /ɣəˈsxɛŋk/
- (Vlaanderen) /ʝəˈsçɛŋk/
- ge·schenk
- Naamwoord van handeling van schenken met het voorvoegsel ge-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geschenk | geschenken |
| verkleinwoord | geschenkje | geschenkjes |
het geschenk o
- iets dat men iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
- De geschenken lagen onder de kerstboom.
- ▸ 'Ik ben al heel lang uit de wieg,' mompelt ze, en ze raakt nog meer in de war als ze opeens aan het ongewenste geschenk van de miniatuurmaker moet denken.[1]
- iets dat men krijgt
- ▸ Wat een geschenk om met deze dames te hebben opgetrokken. Dit zou nooit gebeurd zijn als ik zo gehaast als thuis was geweest.[2]
1. iets dat men geeft
- Het woord geschenk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "geschenk" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel ge- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %