Naar inhoud springen

direct

Uit WikiWoordenboek
  • di·rect
  • van Frans direct, in de betekenis van ‘rechtstreeks, ogenblikkelijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1647 [1] [2] [3]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen directdirecterdirectst
verbogen directedirecteredirectste
partitief directsdirecters-

direct

  1. zonder te wachten, zonder iets daartussen
    • Bij hadden een directe verbinding met de trein en hoefden dus niet over te stappen. 
     Het was altijd een feest als ik op een kleine waterbron recht uit de berg stuitte. Dit frisse water uit de ondergrondse meren (aquifers geheten) dronk ik direct uit de berg, zonder het te hoeven filteren.[4]
     'Zijn er getuigen? ' wilde hij weten. 'Geen directe.[5]
  2. eerlijk, zonder smoesjes, maar soms ook een beetje brutaal
    • Hij gaf hem een eerlijk en direct antwoord. 

direct

  1. zonder te wachten, zonder omweg
    • Toen de dief haar tasje probeerde te stelen gaf de oude vrouw hem direct een klap met haar stok. 
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[6]
vervoeging
onbepaalde wijs to  direct 
he/she/it  directs 
verleden tijd  directed 
voltooid
deelwoord
 directed 
onvoltooid
deelwoord
 directing 
gebiedende wijs  direct 

direct

  1. overgankelijk  besturen ww , dirigeren, leiding geven aan,  leiden ww  [1]
  2. overgankelijk richten
  3. overgankelijk adresseren
  4. overgankelijk instrueren
  5. overgankelijk, (juridisch)  bevelen ww 
stellend vergrotend overtreffend
directmore directmost direct

direct

  1.  direct bn 
  2. onomwonden, oprecht
  3.  rechtstreeks bn 
  4. (astronomie) rechtlopend

direct

  1.  rechtstreeks bw 
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   direct directs
  vrouwelijk   directe directes
  1. recht; zonder omweg of kromming
  2. direct [1]; zonder tussenstop of pauze
  3. onmiddellijk; zonder tussenpersoon
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  direct     le direct     directs     les directs  

direct m

  1. (media) een live uitzending, zowel op televisie als op de radio
  2. een rechtstreeks transport zonder tussenstoppen; een ticket voor zo een transport

direct

  1. (spreektaal) glashelder, recht voor zijn raap
    «Patrick lui a dit direct qu’il allait la larguer.»
    Patrick heeft haar recht voor zijn raap gezegd dat-ie haar zou dumpen. [1]