Naar inhoud springen

diffuse

Uit WikiWoordenboek
  • dif·fu·se

diffuse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van diffuus
87 %van de Nederlanders;
86 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


vervoeging
onbepaalde wijs to  diffuse 
he/she/it  diffuses 
verleden tijd  diffused 
voltooid
deelwoord
 diffused 
onvoltooid
deelwoord
 diffusing 
gebiedende wijs  diffuse 

diffuse

  1. onovergankelijk zich verspreiden
  2. overgankelijk verspreiden [1]
  3. onovergankelijk diffunderen
  4. overgankelijk, (natuurkunde) doen diffunderen
stellend vergrotend overtreffend
diffusemore diffusemost diffuse

diffuse

  1. diffuus,  verspreid bn 



vervoeging van
diffuser

diffuse

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van diffuser
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van diffuser
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van diffuser