Naar inhoud springen

dak

Uit WikiWoordenboek
1. Een dak met dakpannen.
  • dak
enkelvoud meervoud
naamwoord dak daken
verkleinwoord dakje dakjes

hetdako

  1. (bouwkunde) het deel dat een gebouw aan de bovenkant bedekt en bescherming biedt tegen het weer
    • Door de hevige storm stortte het dak in. 
     Uw witte schimmel is zwaar ziek, het zal zeker zes weken duren voordat hij weer beter is. En het is het enige paard dat over de daken kan rijden!'[4]
     Een zwart-wit beeld uit de jaren vijftig van de vorige eeuw: regen op het Lodewijk Napoleonplein in Assen, een man met een paraplu laat zijn honden uit, huizen van baksteen onder steile driehoekige daken. Er is maar een verbinding met het beeld van de schamele behuizingen in Tutwiler, Mississippi: de blues.[5]
  • Uit z'n dak gaan
Zeer boos of zeer vrolijk worden.
  • iets op je dak krijgen
ergens de schuld van krijgen
  • iets van de daken schreeuwen
iets overal bekend maken
  • De speelman zit nog op het dak
gezegd van jonggetrouwde lieden, die nog in de wittebroodsweken zijn; de eerste vreugde is nog niet geheel voorbij, de muzikanten bevinden zich als het ware nog op het dak [6]
  • Een gouden dak op het huis hebben
wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld
  • Een zilveren dak op het huis hebben
wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld
  • Er is (te veel) dak op 't huis
er zijn te veel ongewenste toehoorders in de nabijheid en het is raadzaam om voorzichtig te zijn in het spreken [7]
  • Onder dak zijn
goed geborgen zijn [8]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[9]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Oudnederlands Woordenboek
  3. dak op website: Etymologiebank.nl
  4. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 11
  5. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS
  6. www.dbnl.org
  7. www.dbnl.org
  8. www.dbnl.org
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

dak

  1. (chattaal) oké, in orde [1]

dak

  1. schrijfwijze voor ndak (nee, niet)

dak

  1. dak