Naar inhoud springen

casque

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  casque     le casque     casques     les casques  

casque m

  1. (hoofddeksel)  helm zn  [1]
  2. (spreektaal), (dysfemisme) bakkes, kanis [4], kop [2], ponem, porem, smoel [2]
vervoeging van
casquer

casque

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van casquer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van casquer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van casquer
vervoeging van
cascar

casque

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van cascar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van cascar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van cascar