Naar inhoud springen

capture

Uit WikiWoordenboek
vervoeging
onbepaalde wijs to  capture 
he/she/it  captures 
verleden tijd  captured 
voltooid
deelwoord
 captured 
onvoltooid
deelwoord
 capturing 
gebiedende wijs  capture 

capture

  1. overgankelijk gevangennemen
  2. overgankelijk invangen
  3. overgankelijk vastleggen




enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  capture     la capture     captures     les captures  

capture v

  1. vangst [1]; het vangen van iets
  2. vangst [2]; de gevangene, het resultaat van het vangen
vervoeging van
capturer

capture

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van capturer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van capturer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van capturer
vervoeging van
capturar

capture

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van capturar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van capturar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van capturar