atender
Uiterlijk
- a·ten·der
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| atender |
atendía |
atendido |
| volledig | ||
atender
- onovergankelijk aandacht schenken aan
- luisteren naar
- overgankelijk zorgen voor
- gehoor geven aan
- wachten
- ~ por heten, zich noemen
- atender in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española