alleronderst
Uiterlijk
- al·ler·on·derst
- intensiverende samenstelling van aller "genitief van het onbepaald voornaamwoord al" en onderst "overtreffende trap van het bijvoeglijk naamwoord onder"
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | alleronderst | ||
| verbogen | alleronderste |
alleronderst
- van iets dat het helemaal beneden is zonder dat er iets is dat nog lager gelegen is
- ▸ Jij probeert de alleronderste schildpad te vinden, maar zo werkt het niet.[1]
- Het woord 'alleronderst' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ “Schildpadden tot in het oneindige” (2017), Gottmer
, ISBN 9789025768652