Vlaamsche Front
| Frontpartij | ||||
|---|---|---|---|---|
| Plaats uw zelfgemaakte foto hier | ||||
| Algemene gegevens | ||||
| Partijvoorzitter | Hendrik Picard | |||
| Actief in | ||||
| Kleuren | Zwart Geel | |||
| Ideologie en geschiedenis | ||||
| Ideologie | Vlaams-nationalisme | |||
| Doelstelling | Meer Vlaamse autonomie Gelijke taalwetgeving | |||
| Motto | Godsvrede | |||
| Opgericht | 1919 | |||
| Opheffing | 1938 | |||
| Ontstaan uit | Frontbeweging | |||
| Opgegaan in | VNV | |||
| Afsplitsing(en) | Verdinaso | |||
| Media | ||||
| Ledenblad | De Schelde Ons Vaderland | |||
| ||||
De Frontpartij was de officieuze benaming, voor de in 1919 gestichte, Vlaams-nationalistische partij Het Vlaamsche Front. Deze partij ontstond enerzijds uit de Vlaamse Frontbeweging en anderzijds uit activisten uit de Eerste Wereldoorlog. Zij kan beschouwd worden als de eerste echte Vlaams-nationalistische partij in België.[1][2]
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Ontstaan
[bewerken | brontekst bewerken]Tijdens de Eerste Wereldoorlog viel Duitsland België binnen. De Duitse regering wilde België ontwrichten door middel van de Flamenpolitik. Veel Nederlandstaligen voelden zich al achtergesteld door de Franstalige macht in de Belgische politiek en wilden daardoor zelfbestuur voor de Nederlandstalige regio's in België. Door de Duitse Flamenpolitik en de Eerste Wereldoorlog verergerde dit. Zo waren de (meeste) Belgische officieren Franstalig, wat voor vele Nederlandstaligen een onoverbrugbare kloof creëerde. Dit was het gevolg van de verplichting van Frans te spreken om kans te maken op promotie, waardoor er dus (bijna) geen Nederlandstalige instroom was in het officierenkorps van het Belgische leger. Het Duitse leger speelde hierop in door de bezette Nederlandstalige gebieden zelfbestuur te geven. Dit leidde tot een breuk in de Nederlandstalige beweging; een klein gedeelte collaboreerde samen met de Duitse bezetter voor meer autonomie, terwijl het grootste gedeelte de Belgische staat trouw bleef.[2][3][4]
Het was in die omstandigheden dat een aantal Nederlandstalige intellectuelen aan het front ging ijveren voor de belangen van hun lotgenoten. De drie voornaamste figuren waren Adiel Debeuckelaere (als voorzitter), Filip De Pillecyn en Hendrik Borginon. De beweging hield zich vooral bezig met het informeren van het front door de verspreiding van brochures en blaadjes met streeknieuws. Daarnaast wilden veel van hen meer zelfbestuur voor de Nederlandstalige regio's binnen België.[1][4]
De Frontbeweging streefde dus naar een vorm van zelfbestuur voor de Nederlandstalige regio's binnen België, maar had nog niet duidelijk bepaald hoe dat er precies moest uitzien. Sommige voormalige-activisten gingen verder en wilden de Belgische staatsstructuur afbreken. In de loop van 1919 stelde de Frontbeweging zich open voor oud-activisten. Daardoor leek het even alsof zij de leiding van de beweging zouden overnemen.[1]
De Frontbeweging met haar geëigende karakter: een stille dood bij het einde van de oorlog. Op dat moment werden echter wel de plannen opgevat om samen met de activisten over te gaan tot een echte Vlaamse politieke partij. Deze plannen resulteerden, vooral na de openstelling voor oud-activisten, in 1919 in de oprichting van de Frontpartij, ook wel het Vlaamsche Front genoemd. De Frontpartij nam stilaan delen van het activisme over en solidariseerde ermee, zowel met leden als ideologisch. Deze combinatie zorgde voor een nieuw soort politieke stroming, het Vlaams-nationalisme. Hierdoor wordt de Frontpartij als de eerste echte Vlaams-nationalistische partij in België gezien. Hoewel het Vlaams-nationalisme als zodanig bestond, zouden de eerste flaminganten tot 1919 onderdak zoeken bij bestaande partijen. Vooral in de Katholieke Partij waren zij sterk vertegenwoordigd.[1]
Verkiezingen
[bewerken | brontekst bewerken]Bij haar eerste verkiezing in 1919 wist de Frontpartij 5 zetels in de Kamer van Volksvertegenwoordigers te winnen. De partij had vooral aanhang in de provincies Antwerpen, Brabant en Oost-Vlaanderen. De leiders van de partij kwamen voornamelijk uit Leuven en Gent. De partij had buiten het Vlaams-nationalisme niet echt een ideologie. Toch kon de Frontpartij in de beginjaren als centrumlinks gezien worden. In de partij waren namelijk Vlaamsgezinde socialisten actief. Toch had de partij ook een sterke katholieke identiteit. In Aalst werkte de partij ook samen met de "daenisten" van de Christelijke Volkspartij (Christen Democraten).[1][5][6]
De groei van de partij werd veroorzaakt door de reactie van de Belgische regering op het Vlaams-nationalisme. Enkele leden van de Frontbeweging hadden tijdens de oorlog gecollaboreerd met de Duitse bezetter. Koning Albert I zag het zelfs als zijn taak om het Vlaams-nationalisme te bedrukken. Collaborateurs (zoals August Borms) werden gearresteerd. Borms werd zelfs tot de dood veroordeeld, hoewel dit nooit uitgevoerd is. In 1928 werd hij uiteindelijk verkozen tot het Belgische parlement.[1]

In 1921 verloor de frontpartij 1 zetel in de Kamer. De partij won weliswaar stemmen, maar dit kwam eerder doordat de partij op de lijst stond van alle kiesdistricten. De partij won tijdens de verkiezingen van 1925 2 zetels in de Kamer, waardoor deze nu op 6 zetels uitkwam. In het parlement waren de politici van de Frontpartij vaak afwezig. Dit deden zij bewust uit protest tegen taalwetgeving en het verlangen naar zelfbestuur voor de Nederlandstalige regio's. Desondanks waren zij ook afwezig tijdens de stemming van belangrijke wetten, zoals de nieuwe taalwet voor het leger en de vrijlating van collaborateurs tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook was de Frontpartij niet echt een "taalpartij". In het parlement hielden de leden zich vooral bezig met de problemen in hun eigen streek. Daarnaast maakten politici van de partij vaak gebruik van propaganda die zich tegen het Belgisch bestuur richtte. Hierdoor begon de partij langzamerhand radicaler en rechtser te worden.[1]
In 1929 behaalde de Frontpartij 11 zetels in de Kamer en 4 zetels in de Senaat. Een van de belangrijkste politici van de partij, Joris Van Severen, verloor echter zijn zetel in 1928. Van Severen werd later een aanhanger van het fascisme. Hij steunde de ideeën van Charles Maurras en Benito Mussolini. Ook zette hij zijn eigen krant op, Jong Dietschland met als doel om de Nederlandstalige Belgen en de Nederlanders in één land te verbinden (grootneerlandisme). Hoewel Van Severen steun won van Frontpartijleden, wist hij de meerderheid niet te overtuigen. Hij werd ook uit het bestuur van de partij gezet en splitste zich uiteindelijk af en richtte hij de fascistische partij Verdinaso op in 1931.[1][2]
Op het hoogtepunt begon de Frontpartij verdeeld te raken. De partij werd oorspronkelijk centraal bestuurd, maar begon te versplinteren. Enkele leden begonnen ook te radicaliseren. Zij begonnen extreemrechtse denkbeelden aan te hangen. Veel politici van de partij namen deze beelden over, waaronder Staf Declercq. Hierdoor begon de Frontpartij steeds rechtser te worden. Dit werd verergerd door de Grote Depressie (een diepe economische crisis). De Frontpartij verloor de steun van boeren en arbeiders. Ook weigerde de Christene Volkspartij uit Aalst met de Frontpartij samen te werken.[1][2]
Einde
[bewerken | brontekst bewerken]Met Staf Declercq als enigse verkozene in de Kamer maakte de Frontpartij een stap naar rechts. De partij begon openlijk het fascisme aan te hangen. Veel linkse en gematigde leden stapten toen over naar de Belgische Werkliedenpartij (BWP), de Liberale Partij of de Katholieke Partij. In 1933 richtte Staf Declerck echter een nieuwe partij op; het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV). De VNV wist tijdens de verkiezingen van 1936 grote winst te maken. De Frontpartij verloor al haar zetels in het Belgisch parlement. Hierna was de Frontpartij alleen nog in de stad Antwerpen actief, waar het deelnam aan de gemeenteraadsverkiezingen.[1][8]
De Frontpartij en VNV zetten samen een lijst (kartel) op. Ook werkten de partijen intensief samen. De Frontpartij verloor steeds meer aanhang, aangezien de laatste leden overstapten naar de VNV. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 verloor de partij ook haar laatste zetels in de gemeenteraad van Antwerpen. Het laatste teken van leven van de partij kwam uit 1939, toen zij opriep om voor het VNV te stemmen.[1][8]
Programma
[bewerken | brontekst bewerken]Ideologie
[bewerken | brontekst bewerken]De Frontpartij had geen echte (afgesproken) ideologie buiten het Vlaams-Nationalisme. De partij bestond zowel uit Socialisten, Christendemocraten als Nationalisten, dit zorgde voor verdeeldheid binnen de partij. De ideologie binnen de partij was niet het enige verdeelpunt, de methode tot uitvoering was ook verschillend binnen de partij. Er waren 2 groepen, de reformisten, die zelfbestuur van de Nederlandstalige regio's wilden langs de wettelijke weg, je had ook de radicalen, die ook zelfbestuur wilden maar wilden dit bereiken doormiddel van revolutie, of althans beweerde dat te willen doen.[1][6]
Bestuur
[bewerken | brontekst bewerken]Leiding
[bewerken | brontekst bewerken]Voorzitters van de frontpartij[1]:
| Voorzitter | Van | Tot | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Adiel Debeuckelaere | 1919 | 1921 | Was onofficieel voorzitter van de partij als initiatiefnemer van de partij en de voormalige Frontbeweging |
| Herman Van Puymbrouck | 1921 | 1932 | Van Puymbrouck was de eerste officiële partijvoorzitter nadat Debeuckelaereve verdween uit de politiek toen hij in 1921 negen maanden in voorarrest werd genomen op |
| Jan Timmermans | 1932 | 1934 | Timmermans (en secretaris Karel Peeters) namen ontslag en sloten zich aan bij het VNV |
| Leo Augusteyns | 1934 | 1936 | Leo Augusteyns was al voorzitter van de Godsvredefederatie |
| Hendrik Picard | 1936 | 1939 | Onder zijn leiding keerde de Frontpartij terug tot het strikt neutralisme. |
Verkiezingen
[bewerken | brontekst bewerken]De Frontpartij naam deel aan 5 nationale verkiezingen tot ze bij de verkiezingen van 1936 niet meer deelnam door de overschaduwing van de nieuwe partij Het Vlaamsch Nationaal Verbond.[1]
Parlementsverkiezingen 1919
[bewerken | brontekst bewerken]De parlementsverkiezingen van 1919 was de eerste verkiezing waar de Frontpartij aan deelnam en de eerste verkiezingen na de Grote Oorlog. De (toen nog) nieuwe partij behaalde 3,45% van de stemmen. Hierbij haalde de partij 5 zetels in het parlement waarvan twee leiders van de Frontpartij, Adiel Debeuckelaere en Hendrik Borginon, verkozen werden om te gaan zetelen in het parlement.[5]
Parlementsverkiezingen 1921
[bewerken | brontekst bewerken]Bij de parlementsverkiezingen van 1921 haalde de partij 2,84% van de stemmen, wat een daling was vergeleken met de vorige verkiezingen (1919). De partij behaalde 4 van de 186 zetels in de kamer. A. Debeuckelaere en H. Borginon verdwenen echter uit de politieke voorgrond van de partij. Debeuckelare had een zwak image doordat hij 10 dagen voor de verkiezingen werd opgepakt op beschuldiging van samenwerking met de Duitsers en aansporing tot defaitisme. Hendrik Borginon werd niet herverkozen dit zorgde voor zijn verdwijning in de nationale politiek. Hun rollen werd er uiteindelijk overgenomen door Van Puymbrouck, die in 1921 voorzitter van de partij werd, en door Vos, die van 1925 fractieleider van de partij werd.[9]
Parlementsverkiezingen 1925
[bewerken | brontekst bewerken]Bij de parlementsverkiezingen van 1925 behaalde de partij 3,87% van de stemmen, wat een stijging was met 1% vergeleken met de vorige uitslag (1921). De partij haalde 6 van de 186 zetels was, het meeste tot nu toe. In 1925 werd ook de eerste oud-activist verkozen, Herman Vos die fractieleider van de partij werd.[10]
Parlementsverkiezingen 1929
[bewerken | brontekst bewerken]Bij de parlementsverkiezingen van 1929 behaalde de partij haar hoogste score ooit met 5,94% van de stemmen. De partij won 11 van de 186 stemmen in de Kamer. Deze verkiezing was ook bekend als de "Bormsverkiezing". Bij deze verkiezing was August Borms, lid van de Frontpartij verkozen tot het parlement terwijl hij net 2 maand vrij was gelaten uit de gevangenis, terwijl hij eerder verdoordeeld was tot de doodstraf.[11][12]
Parlementsverkiezingen 1932
[bewerken | brontekst bewerken]Bij de parlementsverkiezingen van 1932 haalde de partij 5,66% van de stemmen, wat een kleine daling was vergeleken met de vorige verkiezingen (1929). De partij verloor echter 3 zetels in de Kamer, ze hadden er nu 8. Dit was de laatste verkiezing waar de Frontpartij aan deelnam, ze werd bij de verkiezingen van 1936 overschaduwt door het nieuwe Vlaamsch Nationaal Verbond.[13]
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Bronnen
[bewerken | brontekst bewerken]- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Het Vlaamsche Front (Frontpartij). encyclopedievlaamsebeweging.be.
- 1 2 3 4 100 jaar Frontpartij. doorbraak.be.
- ↑ Mythe: Vlaamse soldaten werden de dood ingejaagd omdat ze geen Frans kenden. www.vrt.be.
- 1 2 Greep naar de macht. www.dbnl.org.
- 1 2 Resultaat Kamer van Volksvertegenwoordigers 16 november 1919. electionresults.belgium.be.
- 1 2 Greep naar de macht (2). www.dbnl.org.
- ↑ Laffe aanslag op graf Vlaamsnationale voorman Dr. August Borms. reactnieuws.net.
- 1 2 Vlaamsch Nationaal Verbond. encyclopedievlaamsebeweging.be.
- ↑ Resultaat Kamer van Volksvertegenwoordigers 20 november 1921. electionresults.belgium.be.
- ↑ Resultaat Kamer van Volksvertegenwoordigers 15 april 1925. electionresults.belgium.be.
- ↑ Resultaat Kamer van Volksvertegenwoordigers 26 mei 1929. De Frontpartij word bij deze verkiezing genoemd als "Vl. National.Fl" in plaats van Frontpartij. electionresults.belgium.be.
- ↑ Borms August. www.belgiumwwii.be.
- ↑ Resultaat Kamer van Volksvertegenwoordigers 27 november 1932. electionresults.belgium.be.