Naar inhoud springen

Jos Chabert

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jos Chabert
Minister Chabert in 1975
Minister Chabert in 1975
Geboren Etterbeek, 16 maart 1933
Overleden Brussel, 9 april 2014
Kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (tot 2012)
Brussel-Hoofdstad
Regio Vlag Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussel
Vlag Vlaamse Gemeenschap Vlaamse Gemeenschap
Land Vlag van België België
Partij CVP / CD&V
Functies
1965 - 1977 Gemeenteraadslid Meise
1965 - 1977 Schepen Meise
1968 - 1974 Volksvertegenwoordiger
1972 - 1973 Fractievoorzitter Kamer van volksvertegenwoordigers
1971 - 1980 Lid Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap
1972 - 1973 Fractievoorzitter Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap
1973 - 1974 Minister van Vlaamse Cultuur en Vlaamse Zaken
1974 - 1991 Senator
1974 - 1977 Minister van PTT
1974 - 1978 Minister van Verkeerswezen, Toerisme en Havenbeleid
1978 - 1980 Minister van Communicatie
1980 - 1991 Lid Vlaamse Raad[1]
1980 Minister van Openbare Werken
1980 - 1981 Minister van Institutionele Hervormingen
1981 Vicepremier
1989 - 2004 Ondervoorzitter Brusselse Hoofdstedelijke Regering
1989 - 2002 Lid Brusselse Hoofdstedelijke Raad
1989 - 1999 Brussels Minister van Financiën, Begroting en Externe Betrekkingen
1989 - 1995 Lid College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd voor Gezondheidsbeleid
1989 - 1995 Brussels Minister van Openbaar Ambt
1994 - 2012 Lid Comité van de Regio’s
1994 - 1998 Fractievoorzitter Comité van de Regio's
1995 - 1999 Brussels Minister van Economie en Energie
1995 - 1998 Voorzitter College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie
1995 - 1999 Lid College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie bevoegd voor Cultuur, Welzijn, Begroting en Kansarmoedebestrijding
1999 - 2004 Lid College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd voor Gezondheidsbeleid
1999 - 2004 Brussels Minister van Transport, Openbare Werken, Noodhulp en Brandbestrijding
1999 - 2004 Lid College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie bevoegd voor Welzijn, Gezondheid en Patrimonium
2000 - 2002 Voorzitter Comité van de Regio's
2004 - 2009 Brussels Parlementslid
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Jozef Philippe Antoon (Jos) Chabert (Etterbeek, 16 maart 1933Brussel, 9 april 2014) was een Belgisch politicus voor CD&V en minister van staat.

Studies en beroep

[bewerken | brontekst bewerken]

Jos Chabert werd geboren in Etterbeek en bracht zijn kinder- en jeugdjaren door in Sint-Pieters-Woluwe waar zijn vader schepen was. Chabert volbracht de humaniora in het Mechelen. Na zijn humaniora werkte hij een jaar lang in de zuivelhandel van zijn vader, om daarna van 1952 tot 1957 rechtenstudies te volgen aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij afzwaaide als doctor in de rechten. In Leuven was hij actief in de studentenbeweging als voorzitter van het Katholiek Studentencorps en van het FaculteitJezuïtische Sint-Jan Berchmanscollege in Brussel en het Klein Seminarie in en convent. Ook werd hij in 1956 ondervoorzitter van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond.[2] Hij huwde in 1959 met Cecilia Boon (1934-2020) en ze hadden samen een zoon en een dochter die kort na de geboorte overleed. Na zijn legerdienst vestigde Chabert zich begin 1959 in Strombeek-Bever en werd hij advocaat bij het Hof van Beroep te Brussel. Tijdens zijn advocatenloopbaan pleitte hij ook in enkele strafzaken voor het Brusselse Hof van Assisen. Ook engageerde hij zich binnen het Vlaams Pleitgenootschap.

Lokale politiek in Meise

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1964 verhuisde Chabert met zijn gezin naar Meise. Hij werd er secretaris van de plaatselijke afdeling van de christelijke werknemersbeweging ACW en stelde zich datzelfde jaar voor de CVP, in 2001 herdoopt tot CD&V, kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen in Meise. Hij werd verkozen en bleef gemeenteraadslid tot in maart 1977. Van januari 1965 tot maart 1977 was Chabert er tevens schepen van Financiën, Gezin en Onderwijs. Als schepen verwezenlijkte hij de oprichting van een beschutte werkplaats voor personen met een handicap in de Plantentuin van Meise. Ook was hij initiatiefnemer van de opening van een taallaboratorium waar de voornaamste Europese talen werden aangeleerd. Dit diende het leren van verschillende talen te stimuleren en een harmoniemodel tussen taalgemeenschappen te creëren.[3]

Federaal parlementslid

[bewerken | brontekst bewerken]

In maart 1968 werd Chabert voor het arrondissement Brussel verkozen in de Kamer van volksvertegenwoordigers, waar hij bleef zetelen tot in maart 1974. Hij was tot 1973 lid van de Kamercommissies Financiën en Algemene Zaken en Openbaar Ambt en was van februari 1972 tot februari 1973 voorzitter van de Kamerfractie van de CVP. Als beginnend parlementslid toonde Chabert voornamelijk belangstelling voor de communautaire problemen in het Brusselse en verzette hij zich tegen uitgebreidere taalfaciliteiten voor Franstaligen in de gemeenten in de Brusselse Rand. Hij was in 1969 mede-indiener van het wetsontwerp tot toekenning van rechtspersoonlijkheid voor de vernederlandste Katholieke Universiteit Leuven. In maart 1974 werd Chabert verkozen tot rechtstreeks gekozen senator voor het arrondissement Brussel, hetgeen hij zou blijven tot in november 1991. In de Senaat was Chabert in 1984 lid van het Studiecentrum voor de Hervorming van de Staat en daarnaast werd hij lid van de Senaatscommissies Economische Aangelegenheden (1981-1984), Buitenlandse Betrekkingen (1981-1987), Financiën (1983-1989) en Herziening van de Grondwet en Hervorming der Instellingen (1984-1989). Van deze laatste commissie was hij van 1988 tot 1989 ondervoorzitter.

In de periode december 1971-oktober 1980 zetelde hij als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap, die op 7 december 1971 werd geïnstalleerd. Hij was er de allereerste fractievoorzitter van de CVP tot februari 1973. Vanaf 21 oktober 1980 tot november 1991 was hij lid van de Vlaamse Raad, de opvolger van de Cultuurraad en de voorloper van het huidige Vlaams Parlement. In de Cultuurraad liet Chabert in 1972 een voorstel tot decreet goedkeuren dat de eedaflegging in de Franse taal in Vlaamse gemeenteraden ongeldig maakte, dat hij eerder in 1971 in de Kamer had ingediend, maar naar de pas opgerichte Vlaamse Cultuurraad was doorverwezen. In de Vlaamse Raad zetelde hij van 1983 tot 1985 in de commissie Binnenlandse Aangelegenheden en van 1986 tot 1987 in de commissie Financiën en Begroting en was hij van 1987 tot 1989 voorzitter van de werkgroep-Brussel.

Federale ministerschappen

[bewerken | brontekst bewerken]

Nederlandse Cultuur en Vlaamse Zaken

[bewerken | brontekst bewerken]

Van januari 1973 tot december 1981 vervulde Chabert ministeriële functies in de opeenvolgende federale regeringen onder leiding van Edmond Leburton, Leo Tindemans, Paul Vanden Boeynants, Wilfried Martens en Mark Eyskens. Hij werd eerst tot april 1974 minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse Zaken in de regering-Leburton en probeerde in deze functie tot een gecoördineerd beleid te komen tussen de verschillende ministeriële departementen die beheerd werden door Nederlandstaligen. Hij maakte als minister tevens deel uit van de Gemengde Parlementaire Commissie, die namens de regering advies moest geven met betrekking tot de vorming van de gewesten. In februari 1973 kwam de minister met een beleidsnota voor toerisme, waarin hij ijverde voor extra investeringen in vakantiehuizen, de vernieuwing en de ontwikkeling van de hotelsector en het sociaal toerisme en de omvorming van het Belgische Commissariaat-Generaal voor Toerisme in een federale structuur met een autonome Nederlandstalige en Franstalige vleugel en een overkoepelende nationale dienst. Het duurde echter tot 1984 voor een Vlaams Commissariaat-Generaal voor Toerisme werd opgericht.

Verkeerswezen

[bewerken | brontekst bewerken]

Van april 1974 tot mei 1980 was Chabert minister van Verkeerswezen, waarbij hij tot april 1977 eveneens bevoegd was voor Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT). Chabert had op Verkeerswezen een breed bevoegdheidspakket met onder andere het spoorwegenbeleid, de luchthavens en de Regie der Luchtwegen, stads- en streekvervoer, havens, vervoer over zee, mobiliteit en verkeersveiligheid. Hij viel vooral op met zijn beleid inzake verkeersveiligheid, zo was hij de grondlegger van de snelheidsbeperkingen op autosnelwegen tot 120 kilometer per uur, de verlaging van de promillegrens voor alcohol in het verkeer van 1,5 tot 0,8 promille, gordelplicht en verplichte rijexamens.

Ook zette hij zich in voor de uitbouw van de Brusselse metro, waarvan de eerste lijn in 1976 werd aangelegd, en de uitbreiding van de Haven van Antwerpen op de Linkerscheldeoever, hetgeen lang op het verzet had gestoten van de provincie Oost-Vlaanderen, het Waasland en de gemeente Beveren.[4] In 1975 wist hij een akkoord te bereiken tussen alle betrokken partijen, die in 1978 uitmondde in de zogenaamde wet-Chabert. De maritieme ontwikkeling en de uitbating van de haven werden toevertrouwd aan het Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen en het grond- en het industriebeheer kwam in handen van de nieuw opgerichte Maatschappij Linkeroever, waarin de federale overheid en de openbare instanties van de stad Antwerpen en de gemeenten op de Linkerscheldeoever zitting namen, zodat deze gemeenten ook konden genieten van de havenopbrengsten en niet enkel de lasten van de havenuitbreiding zouden ondervinden. In 1975 stelde Chabert dan weer een fusie voor van de Belgische vliegmaatschappij Sabena met het Nederlandse KLM en het Luxemburgse Luxair, om de concurrentiekracht van het bedrijf te verbeteren, maar dit werd afgewezen door de regering.

In de regering-Tindemans IV, die in juni 1977 tot stand kwam, maakte Chabert deel uit van een ministerieel comité dat advies diende te verstrekken over de knelpunten van het Egmontpact, dat België wilde omvormen tot een federale staat en een definitieve regeling van de verhouding tussen de taalgemeenschappen bevatte, en er zo een luik aan toegevoegde, het Stuyvenbergakkoord. Door de grote weerstand langs Vlaamse zijde over de ruimere faciliteiten voor Franstaligen in de Brusselse Rand, zou dit pact echter nooit worden doorgevoerd.

Openbare Werken

[bewerken | brontekst bewerken]

Van mei 1980 tot december 1981 was Chabert ten slotte minister van Openbare Werken, een functie die hij vanaf oktober 1980 combineerde met de bevoegdheid Institutionele Hervormingen. Op Openbare Werken nam hij inzake het wegenbeleid afscheid van het principe van de wafelijzerpolitiek, waarbij evenveel middelen naar Vlaamse en Waalse infrastructuurwerken vloeiden, die niet altijd even noodzakelijk waren. Om investeringen aan te zwengelen in de bouwsector, die zwaar leed onder de economische recessie door de oliecrisis, voerde Chabert maatregelen door als het afschaffen van administratieve belemmeringen en het stimuleren van alternatieve financieringsmethodes voor bouwwerken. Daarnaast stond hij in voor de uitbreiding van de haven van Zeebrugge en streefde hij naar de bouw van dijken om het risico op overstromingen te beperken.

Latere carrière

[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de vorming van de regering-Martens V in december 1981 keerde Chabert niet meer terug als minister. Hij nam opnieuw zitting als parlementslid en voerde voor de Belgische regering ook verschillende internationale opdrachten uit. Hij vertegenwoordigde België in 1982 in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, was van 1984 tot 1986 commissaris-generaal van de Belgische Regering bij de Internationale tentoonstelling van Tsukuba in Japan en in 1989 was hij voorzitter van het Belgisch Comité Europalia Japan. Voorts zetelde hij van 1994 tot 2012 in het Europees Comité van de Regio's. Van 1994 tot 1998 was hij er fractievoorzitter van de Europese Volkspartij, van 1998 tot 1999 eerste ondervoorzitter en van 2000 tot 2002 was hij voorzitter. Daarnaast was hij van 1989 tot 1995 voorzitter van de Euroregio Brussel, Vlaanderen, Wallonië, Kent en Nord-Pas de Calais en van 2002 tot 2003 lid van de Conventie voor de Toekomst van Europa.

Eind jaren 1980 was hij nauw betrokken bij de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat in maart 1989 formeel tot stand kwam. In de Senaat was Chabert rapporteur voor de Bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instelling, die de oprichting van dat gewest bekrachtigde. Hij werd de CVP- en daarna CD&V-kopman in het Brussels Gewest en zette zich in voor een versterking van de Vlaamse aanwezigheid in de hoofdstad, waarbij hij steeds waakte over een goede verstandhouding en een hechte samenwerking met de Franstaligen.

In juni 1989 werd hij lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en bleef dit mandaat uitoefenen tot aan de verkiezingen van juni 2009. Van 2004 tot 2006 was hij er eerste ondervoorzitter en van 2006 tot 2009 secretaris, alsook van 2004 tot 2006 voorzitter van de commissie Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Grondbeleid. Via zijn mandaat in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad had hij zowel in juni 1995 (10 dagen) als in juli 1999 (8 dagen) enkele dagen zitting in het Vlaams Parlement.

Van 1989 tot 2004 zetelde hij gedurende drie legislaturen onafgebroken als minister in de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: van 1989 tot 1995 met de bevoegdheden Financiën, Begroting, Openbaar Ambt, Volksgezondheid en Externe Betrekkingen, van 1995 tot 1999 belast met Economie, Financiën, Begroting, Energie en Externe Betrekkingen en van 1999 tot 2004 bevoegd voor Openbare Werken, Vervoer en Gezondheidsbeleid. Als Brussels minister richtte hij Nederlandse kinderdagverblijven en dienstencentra voor senioren op en was hij verantwoordelijk voor de bouw van de Poelaertliften die de boven- en benedenstad in Brussel met elkaar verbond. Andere belangrijke realisaties waren de uitbreiding van het metronet, de tram- en de buslijnen en het aantrekken van buitenlandse investeringen.

In juni 2009 nam Chabert op 76-jarige leeftijd afscheid van de nationale politiek en kwam er een einde aan zijn lange politieke loopbaan, waarin hij zowat alle ministermandaten binnen de Brusselse regering heeft bekleed. Chabert was voor CD&V een icoon. Hij was een van de langstzittende ministers uit de naoorlogse geschiedenis. In november van dat jaar benoemde koning Albert II hem tot minister van Staat. In de laatste jaren van zijn leven kampte Chabert met de ziekte van Alzheimer, waarvan hij vanaf 2004 de eerste symptomen vertoonde, en werd hij verzorgd in een rust- en verzorgingstehuis. Hij stierf in april 2014 op 81-jarige leeftijd.

Voorts was hij in 2004 stichter van Hoopvol Brussel - Bruxelles Espérance, het Brussels interreligieus en -levensbeschouwelijk platform dat diende op te treden bij spanningen tussen levensbeschouwelijke groepen en de verdraagzaamheid naar andere religies wilde bevorderen. De beginselverklaring van de stichting werd ondertekend door vertegenwoordigers van de katholieke, protestantse, anglicaanse en orthodoxe kerk, de boeddhistische, joodse en islamitische geloofsgemeenschappen en vrijzinnige verenigingen.

Van 2011 tot 2014 was hij bestuurder van de Poelaertstichting.

  • Grootkruis in de kroonorde - België (KB 11 juni 2004)
  • Minister van Onderscheidingen
  • Grootofficier in de Leopoldsorde - België
  • Commandeur in de Leopoldsorde – België
  • Grootkruis in de Orde van Verdienste van de Italiaanse Republiek
  • Grootkruis met Ster en Lint in de Orde van Verdienste - Bondsrepubliek Duitsland
  • Grootkruis in de Orde van Verdienste - Groothertogdom Luxemburg
  • Grootlint in de Orde van de Heilige Schat van Japan
  • Medaille voor speciale Verdienste - Beieren (Duitsland)
  • Onderscheiding voor diplomatieke verdienste Grand Gwanghwa Meda - Zuid-Korea
  • Laureaat BeNeLux-Europaprijs
[bewerken | brontekst bewerken]
Voorganger:
Frans Van Mechelen
Minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse Zaken
1973-1974
Opvolger:
Rika De Backer
Voorganger:
Jef Ramaekers
Minister van Verkeerswezen
1974-1980
Opvolger:
Guy Spitaels
Voorganger:
Jef Ramaekers
Minister van PTT
1974-1977
Opvolger:
Léon Defosset
Voorganger:
Guy Mathot
Minister van Openbare Werken
1980-1981
Opvolger:
Louis Olivier
Voorganger:
Herman Vanderpoorten
Minister van Institutionele Hervormingen
1980-1981
Opvolger:
Jean-Luc Dehaene