Naar inhoud springen

Euglenida

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Euglenida
Verschillende soorten eugleniden,
schaalbalkje 10 µm
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryota (Eukaryoten)
Clade:Discoba
Fylum:Euglenozoa (Euglenophyta)
Klasse
Euglenida
Bütschli, 1884
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Euglenida op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Euglenida, ook Euglenoida genoemd, is een klasse eencellige algen binnen het fylum Euglenozoa. Het zijn een van de best bestudeerde groepen van flageldragende protisten (flagellaten). Ze komen algemeen voor in voedselrijk zoet water en vochtige bodems, maar er zijn ook soorten die in zee leven. De meeste eugleniden voeden zich via fagocytose van bacteriën en kleine organische deeltjes.

De Euglenophyceae (fotosynthetische eugleniden), een bekende monofyletische subgroep binnen deze klasse, bezitten chloroplasten waarmee ze energie uit zonlicht kunnen halen. Deze chloroplasten zijn relatief recent in de evolutie ontstaan door endosymbiose van een groenwier (een prasinofyt).[1] De Euglenida zijn vermoedelijk meer dan 1 miljard jaar geleden afgesplitst van de andere Euglenozoa.

De meeste eugleniden hebben langgerekte cellen. Ze bezitten meestal één of twee flagellen, waarmee ze kunnen zwemmen. Veel soorten kunnen zich echter ook over oppervlakken voortbewegen. Eugleniden hebben geen celwand, maar een zogenaamde pellicula (Latijn: 'velletje'), die bestaat uit een celmembraan en een daaronderliggend eiwitrijk laagje, waarvan de dikte per soort kan variëren. De pellicula wordt inwendig ondersteund door microtubuli (delen van het cytoskelet).

Aan de voorzijde van de cel vormt de pellicula een instulping, dat dient voor de opname van voedingsstoffen (celmond). In de nabijheid bevindt zich een pulserend blaasje (contractiele vacuole), dat overtollig water dat door osmose is opgenomen, weer naar buiten pompt. De flagellen ontspringen aan de voorkant van de cel. Aan de flagellen zitten haarachtige eiwitstructuren, die ook wel mastigonemen worden genoemd.

Ecologie en levenswijze

[bewerken | brontekst bewerken]
De unieke alg Rapaza viridis heeft een mixotrofe levenswijze

Een groot deel van de Eugleniden leeft in ondiep zoet water en vochrig sediment dat rijk is aan organisch materiaal, zoals afgestorven planten. Sommige soorten leven in zee (bijvoorbeeld Eutreptia viridis) of in brak water. Ze komen ook voor in extreme leefomgevingen, zoals sneeuw en zoutmeren. In 2023 werd een parasitaire soort ontdekt, Euglenaformis parasitica.[2]

Varuit de meeste eugleniden voeden zich osmotroof.[3] Onder bepaalde omstandigheden kunnen sommige soorten, bijvoorbeeld Euglena sanguinea, zo explosief groeien dat ze een vijver rood of groen kleuren (algenbloei). De groene kleur van veel soorten wordt veroorzaakt door chlorofyl (chlorofyl a en b) in de chloroplasten, waarmee zij fotosynthese uitvoeren (fototroof). De producten van de fotosynthese worden opgeslagen in een soort zetmeelkorrels bestaande uit de polysacharide paramylon.

De voortplanting gebeurt door lengtedeling (binaire deling), met een gesloten mitose. Het volledige proces duurt ongeveer 2 tot 4 uur. Seksuele voortplanting is bij Euglenida niet bekend; het is mogelijk dat zij zich van de andere protisten hebben afgesplitst voordat seksuele voortplanting zich ontwikkelde.

Classificatie

[bewerken | brontekst bewerken]
Euglena in beweging

De eerste pogingen om eugleniden te classificeren werden gedaan door Ehrenberg in 1830, die het geslacht Euglena beschreef. Latere indeling werd gebaseerd op voedingswijze, het aantal flagellen en de manieren van voortbewegen. Met moleculaire fylogenie werd duidelijk dat het een zeer diverse clade betreft van eencellige eukaryoten. Doordat er historisch gezien gebruik werd gemaakt van zowel botanische als zoölogische nomenclatuur, was de indeling van eugleniden door de eeuwen heen erg moeilijk. Met name de systematiek van fagotrofe eugleniden was lange tijd problematisch.[4]

In 2021 is de classificatie van de Euglenozoa opnieuw volledig geïnventariseerd en herzien op basis van fylogenetische analyses.[5] De fotosynthetische eugleniden worden hierin als algen beschouwd en benoemd volgens de ICN (botanische nomenclatuur), alle andere subgroepen binnen de Euglenida worden benoemd volgens de ICZN (zoölogische nomenclatuur). Volgens AlgaeBase bestaat de klasse uit ruim 1700 soorten.[6]

  • Euglenida Bütschli, 1884 emend. Simpson, 1997
    1. (en) Karnkowska A, Bennett MS, Triemer RE. (2018). Dynamic evolution of inverted repeats in Euglenophyta plastid genomes. Scientific Reports 8 (1). DOI: 10.1038/s41598-018-34457-w.
    2. (en) Kato K, Yahata K, Nakayama T. (2023). Taxonomy of a New Parasitic Euglenid, Euglenaformis parasitica sp. nov. (Euglenales, Euglenaceae) in Ostracods and Rhabdocoels. Protist 174 (4): 125967. DOI: 10.1016/j.protis.2023.125967.
    3. (en) Adl, SN. (2025). Protistology. Elsevier, pp. 181-183. ISBN 978-0-323-95299-6.
    4. (en) Adl SM, Bass D, Lane CE, Lukeš J, Schoch CL, Smirnov A, Agatha S, et al. (2019). Revisions to the Classification, Nomenclature, and Diversity of Eukaryotes. Journal of Eukaryotic Microbiology 66 (1): 4-119. DOI: 10.1111/JEU.12691.
    5. (en) Kostygov AY, Karnkowska A, Votýpka J, Tashyreva D, Maciszewski K, Yurchenko V, Lukeš J. (2021). Euglenozoa: taxonomy, diversity and ecology, symbioses and viruses. Open Biology 11 (3). DOI: 10.1098/rsob.200407.
    6. (en) Guiry, MD., Euglenoida. AlgaeBase. National University of Ireland, Galway. Geraadpleegd op 10 januari 2026.