Naar inhoud springen

Eddy Blondeel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Édouard Blondeel
Édouard (Eddy) Blondeel, bevelhebber van het Belgische 5th SAS en 1PARA.
Édouard (Eddy) Blondeel, bevelhebber van het Belgische 5th SAS en 1PARA.
Bijnaam Captain Blunt
Geboren 25 januari 1906
Gent, Oost-Vlaanderen, België
Overleden 23 mei 2000, Brussel, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, België
Brussel
Land/zijde Vlag van België België
Onderdeel Landmacht
Vrije Belgische Strijdkrachten
Dienstjaren 1929–1930
1940–1947
Rang Luitenant-kolonel
Eenheid 5th Special Air Service, 1 Bataljon Parachutisten
Bevel 5th Special Air Service, 1 Bataljon Parachutisten
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen
Ander werk Ingenieur

Luitenant-kolonel Édouard "Eddy" Blondeel (Gent, 25 januari 1906 - 23 mei 2000), was een Belgisch officier tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij voerde bevel over het 1 Bataljon Parachutisten en later over het Belgische SAS-regiment 5th Special Air Service. Hij diende de hele oorlog lang om zich in 1947 terug te trekken en opnieuw te gaan werken als ingenieur.

Jeugd en vooroorlogs leven

[bewerken | brontekst bewerken]

Eddy Blondeel werd geboren in Gent, op 25 januari 1906. In dezelfde stad ging hij naar de Deutsche Schule. Bij de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog wilden zijn ouders niet dat hun zoon naar een Duitse school ging, en plaatsten ze hem in een tweetalige Belgische school.

Eddy blonk uit in verschillende dingen. Hij deed onder meer aan basketbal en schermen. Toen hij dertien werd ging hij uit liefde voor het buitenzijn en de natuur bij de scouts. Hij bleek een fervent padvinder. Later zou hij "commissaris van scouts Vlaanderen" worden bij de organisatie.

Op school blonk de latere luitenant-kolonel uit in buitenlandse talen. Na zijn middelbare school ging hij studeren aan de Universiteit Gent, waar hij het diploma burgerlijk ingenieur behaalde in 1929. In hetzelfde jaar vervulde Blondeel zijn verplichte dienstplicht bij het 1ste regiment artillerie. Na één jaar zat zijn plicht erop en zwaaide hij af als "Maréchal des Logis", vergelijkbaar met de graad Sergeant, waarna hij aan de slag ging als ingenieur bij de elektriciteitscentrale van Langerbrugge. In het jaar 1932 huwde hij met Elza Francisca Van Gorp, waarmee Blondeel 2 dochters kreeg. Na zijn huwelijk verwisselde hij zijn baan in Langerbrugge voor een baan in de Union des Papeteries in Terhulpen. In 1934 ging hij weer studeren, ditmaal in Brussel. Hij studeerde er tandheelkunde en behaalde er het diploma licentiaat tandheelkunde. Dankzij de goede resultaten die hij boekte en zijn inzet kreeg hij de kans om te gaan studeren aan de North Western University in Chicago. Uiteindelijk ontving hij daar een doctoraat tandheelkunde.

Tweede Wereldoorlog

[bewerken | brontekst bewerken]

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak bevond Blondeel zich nog in de Verenigde Staten.[1] Toen hij het nieuws van de Achttiendaagse Veldtocht vernam, meldde hij zich bij de Belgische ambassade omdat hij naar België gestuurd wilde worden om de Duitsers te helpen bevechten, aangezien hij reserveofficier was bij het Belgisch leger. Echter, tegen de tijd dat dit in verwerking kwam had België reeds gecapituleerd. Hij kreeg orders om zich aan te melden in de Canadese stad Joliette, het meldpunt in Noord-Amerika voor Belgische mannen die geschikt waren voor dienst. Velen van hen wilden hun vaderland bevrijden van de Nazi's. Hij volgde een tamelijk zware opleiding bij het Canadese leger. Hij kreeg het bevel over een compagnie, die naar Schotland gezonden werd in juni 1941. Daar werden ze geïntegreerd in het Britse leger.

In het voorjaar van 1942 liet koning George VI de vorming van commando-eenheden toe. Blondeel en zijn mannen gaven zich vrijwillig op om de nieuwe Belgian Independent Parachute Company te vormen.[2] Al snel werden ze gekwalificeerd als Airborne, en op 8 mei 1942 volgde de oprichting van deze Company, waarvan Blondeel tweede bevelhebber was. De bevelhebber van de compagnie, commandant J. Thise, raakte bij een parachutesprong zwaar gewond en kapitein Blondeel volgde hem op. Hierna volgde Blondeels eenheid gedurende twintig maanden intensieve opleidingen in parachute-gebruik in Ringway bij Manchester, luchtlandingstechnieken in Hardwick (Norfolk) en zweefvliegtechnieken in Brize Norton. In 1943 begaf de compagnie zich nog eens naar Inverlochy Castle om hun training te voltooien. Nadat ze de trainingen voltooid hadden, begaven ze zich terug naar Schotland, waar ze zich bij een SAS brigade voegden. Blondeel was nu bevelhebber van zijn nieuwe regiment, het Belgische 5th Special Air Service.

Vanaf 28 juli 1944 werden groepjes van hun eenheid achter de linies gedropt en op 29 augustus vond voor Blondeel zelf de eerste missie plaats, in het kader van Operatie Noah.[3] Hij werd met zes van zijn mannen net ten noorden van Gedinne geparachuteerd om een groep strijders te helpen sabotagemissies uit te voeren. Ook nadat ze op 6 september het oprukkende Amerikaanse leger hadden ontmoet werden ze bij opeenvolgende operaties ingezet. Blondeels leiderschap en inzicht tijdens de vijandelijkheden gaven zijn mannen en de maquisards de wil om verder te gaan met de operaties. Ze wisten flink wat schade toe te brengen aan de terugtrekkende Duitse colonnes. Tijdens de Slag om de Ardennen voerde zijn eenheid van 20 december tot 23 december 1944 en van 28 december 1944 tot 14 januari 1945 met verschillende bepantserde jeeps operaties uit met als doel inlichtingen te vergaren. Door deze operaties speelden ze een grote rol in de opmars naar Nederland en Duitsland.

Blondeel en zijn regiment bleven tot het eind van de oorlog operaties achter de linies uitvoeren, en waren verantwoordelijk voor de bevrijding van sommige steden. Ook hielden ze meerdere oorlogsmisdadigers aan, en hielpen bij het arresteren van de laatste Nazi-regering in Flensburg.

In februari werd zijn eenheid omgevormd en uitgebreid tot 350 mannen en kreeg hij de rang van majoor; naast de gevechtseenheden maakten ook een medisch team, een genie-eenheid en een dienst herstellingen er deel van uit.[4] Vanaf begin april werden zij en twee Franse SAS-regimenten ingezet bij Operatie Larkswood, het beveiligen van de uiterste linkerflank van de 21e legergroep. Deze Britse en Canadese divisies rukten op naar Noord-Nederland, met als doel de ten westen van hen overblijvende Duitsers te isoleren en die ten oosten zich sneller te laten terugtrekken. Hierbij waren meer dan 1000 Franse, Britse en Belgische parachutisten betrokken. Het regiment van Blondeel was mobieler dan de Franse, onder andere omdat het over honderd voertuigen beschikte, waarvan de helft (met machinegeweren uitgeruste) jeeps.

Beertsterweg Winschoten, herinnering aan bevrijding door Belgian Special Air Service olv luitenant-kolonel Eddy Blondeel op 15 april 1945

Op 10 en 11 april werd Hoogeveen door Canadezen en de Belgen bevrijd. De rol van deze laatsten in de bevrijding van dit gebied bleef onderbelicht doordat de Hoogeveensche Courant het bij haar herverschijning in het eerste nummer van 16 april 1945 enkel over de Canadezen op 11 april had, niet over de op 10 april al aanwezige Belgen. Dezen waren op 12 april alweer verder naar het noorden opgerukt.

Bij het Mussel-Aa-kanaal stuitte men op hevige Duitse weerstand, waarbij door dezen ook de brug in Veele was opgeblazen. Een van de gesneuvelden was de Belgische sergeant Philippe Rolin, naar wie later de heropgebouwde brug werd genoemd.[5] Op 15 april werden de naar Winschoten oprukkende Belgen bij Blijham hevig onder vuur genomen door artillerie van over de Pekel A, maar die tegenstand werd gebroken door Poolse artillerie en een bombardement door Hawker Typhoon-jachtbommenwerpers van de RAF.

In Vlagtwedde en Veele werd de Kolonel Blondeelweg naar de Belgische officier genoemd. In Winschoten bevinden zich een gedenkteken en een naar Blondeels eenheid genoemde rotonde, ter herinnering aan de cruciale doorbraak naar de Dollard en de bevrijding van Winschoten door hen op 15 april 1945.[6]

Naoorlogs leven

[bewerken | brontekst bewerken]

Na de oorlog werd Eddy Blondeel gepromoveerd tot Luitenant-kolonel. Toen de regering het regiment wou ontbinden stak hij er een stokje voor door een SAS regimentsvereniging op te richten, waarvan hij verkozen werd tot de voorzitter. De geruchten gaan dat Blondeel tegengewerkt werd door de politiek, waardoor hij nooit tot generaal bevorderd werd. In 1947 keerde hij terug naar het civiele leven en ging opnieuw aan de slag als ingenieur, bij de papierfabriek Haseldonckx in Brussel, die in 1974 werd overgenomen door het Britse bedrijf Wiggins Teape. Hij ging er met pensioen in 1981, hij was toen 75.

  • Guy de Pierpont, André Lefèvre (1977): De geschiedenis van de Belgische Regimenten Parachutisten - S.A.S. Commando's en Paracommando's; geïllustreerd door Jules REGNER. - Brussel : Uitgeversgroep G.O. & Co. - 3 delen
  • Émile Genot (1986): Rode mutsen, groene mutsen ...
[bewerken | brontekst bewerken]