Museumhuis Van Eysinga, Leeuwarden

De Friese landadel had in het verleden landgoederen maar ook vaak een huis in de hoofdstad. Daar woonden ze in de wintermaanden. Frans Julius Johan van Eysinga liet ca 1781 in Leeuwarden zo’n stadshuis bouwen. In de zogenaamde Lodewijk XVI stijl. Niet voor niks koos hij deze plek, want in de winter werd er veel vergaderd door de Friese Staten en dat gebeurde zo’n beetje tegenover zijn huis. Dat was dus gemakkelijk voor hem, want Van Eysinga was een zeer belangrijk man. Ook waren er dan ontvangsten en partijen in de stadswoningen van de toenmalige rich and famous.

Het gezin van Frans en Clara van Eysinga in de tijd dat de familie het huis bewoonde.

De familie Van Eysinga bleef tot circa 1860 eigenaar van dit huis. Wij vonden het allemaal niet heel overdreven luxe, want dat past nu eenmaal niet bij de Friezen. Maar in de kamers op de bel-etage zie je mooie beschilderde behangsels. De stucplafonds zitten ook vol met krullen en bloemen en zo. Overal tapijten en sjieke stoelen en banken. Voornaam? Zeker en vast!

Het Huis Van Eysinga is overgedragen aan de Vereniging Hendrick de Keyser, die er onder meer appartementen in heeft gerealiseerd en een grote restauratie heeft doen uitvoeren. Men heeft heel veel onderzoek gedaan naar de originele kleuren die toen gebruikt zijn. De kleuren van toen zijn meegenomen in het herstel van de ruimten. Het huis is vervolgens opgenomen in het concept ‘Museumhuizen’ van de vereniging. Deze huizen zijn door het gehele land te vinden en geven een goed beeld van de architectuurgeschiedenis van Nederland.

Hieronder de prachtige trap. Veel gebruikt – zeker ten tijde dat dit gebouw onderdeel was van het voormalige Fries Museum – dat voel je als je op de uitgesleten treden loopt. Hij gaat nog verder naar boven, maar daar mogen bezoekers niet komen ivm de privacy van de verhuurde appartementen.

Het huis is geen gewoon museum waar je zomaar naar binnen kunt wandelen. De ruimtes kunnen slechts een beperkt aantal bezoekers aan. Dus is het aan te raden om een tijdslot te regelen op de website. Dan kun je in alle rust rondkijken. Het leuke is dat je aan alles mag komen. Dus kasten opendoen, de inhoud van laatjes inspecteren, op alle stoelen zitten enz. De bedoeling is dat je een idee krijgt van hoe zo’n adellijke familie toen leefde.

In het soutterain leefde en werkte het personeel. Hieronder de keuken. Ik heb een tijdje in een heel oud kookboek zitten neuzen.

De aardige gastvrouwen van dit museumhuis doen de deur open als je aanbelt en leggen je uit hoe je het beste kunt gaan rondkijken met een prima audiotour vol verhalen over de bewoners en het huis zelf. Als je uitgekeken bent krijg je in de muziek ‘sael’ gratis koffie of thee aangeboden. Vriendin E en ik hebben hier ook nog een potje domino gespeeld. Dat kan en mag daar 🙂

Zilver in het Hannemahuis, Harlingen

Het was gisteren weer eens tijd voor een dagje uit met vriendin E. Ik heb al eens verteld dat wij allebei iets hebben met zilveren voorwerpen, keramiek en porselein.

We gingen naar Harlingen om op de valreep de tentoonstelling ‘Verzameld zilver’ ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Nederlandse Zilverclub te bekijken. Morgen is de tentoonstelling afgelopen. In drie Nederlandse musea zijn tegelijkertijd zilver-tentoonstellingen (ook in Zutphen en Schoonhoven) te bekijken. Het zijn stukken uit particulier bezit. Normaal gesproken zie je die niet of zelden.

Het Hannemahuis is niet groot, maar het is zeker een bezoek waard. We bekeken uiteraard eerst even de vaste tentoonstellingen maar we kwamen natuurlijk voor het zilver.

We zagen zeer interessante stukken, die door de tijd heen liefdevol zijn onderhouden en bewaard. Vooral de kleinere stukken zoals sierlepels, kandelaars, suikerstrooiers, bekers, sieraden zien wij erg graag. In tegenstelling tot dat bombastische zilverwerk met van die enorme schalen, bokalen, kandelaars, paarden en weet ik wat ze nog meer voor geweld ze vooral op paleiselijke dinertafels neerzetten.

Natuurlijk is dat allemaal erg knap gemaakt, maar wij hebben dan de neiging om een wenkbrauw en zelfs een neus op te trekken. Geef ons maar een lief antiek beursje met zo’n mooie zilveren beugel. Of een gestileerd zoutvaatje of…

een trouwkistje knottekistje, er stonden er een paar. Kleine kistjes, maar prachtig bewerkt met afbeeldingen en passende teksten.

Met dank aan collegablogger Bettie:

Het knottekistje behoort bij een folkloristisch Fries gebruik. In de zestiende eeuw was het in Friesland de gewoonte dat een jongen zijn meisje een geldstuk aanbood wanneer hij haar ten huwelijk vroeg. Op het moment dat zij deze trouwpenning aannam, kon ze zich als verloofd beschouwen. Indien men meerdere munten aanbood, dan werden die in een doek met een bijzondere knoop aangeboden de zogenaamde knotte(doek). Bij het toenemen van de welvaart werd de doek vervangen door het zilveren kistje: het knottekistje. 

Hierboven een bijbelomslag met het oorspronkelijke bijbeltje er nog in. Zo’n 20 cm hoog. ‘Hoe kun je er dan nog in lezen?’, vroeg ik me af. Vriendin E. zei nuchter: ‘Gelovige mensen kenden de bijbel helemaal uit hun hoofd, dus zo’n klein exemplaar was alleen maar om andere kerkgangers de ogen uit te steken’.

Een brandewijnkommetje

Harlingen op een koude grijze winterdag is totaal anders dan Harlingen op een zonnige zomerdag, maar het voordeel is weer dat je de prachtige geveltjes beter kunt bekijken omdat de bomen kaal zijn. Het was echt veel te guur om een langere stadswandeling te maken. We hielden het maar bij een bescheiden loopje door de Voorstraat en langs de Zuiderhaven. Gelukkig serveerde hotel Zeezicht heerlijke tomatensoep en goeie groentenkroketten. We kwamen er weer een beetje van bij 😉

Omdat we voor het bezoek aan het Hannemahuis ook al koffie hadden gedronken in dit etablissement, waren de medewerksters erg benieuwd wat we van de tentoonstelling vonden. Antwoord: zéér de moeite waard en we hebben ons zilverhart weer eens lekker opgehaald.

Na de lunch gingen we op weg naar Leeuwarden. Maar daarover later.

Theatervoorstelling over laaggeletterdheid

Daar was ik gisteren voor uitgenodigd en ik vond het een zeer zinvolle leuke middag.

De Stichting Lezen en Schrijven kwam met een zorgwekkend cijfer: in Nederland zijn er zo’n 3 miljoen volwassenen, die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Daarbij zitten natuurlijk ook de nieuwkomers, maar een heel groot deel bestaat uit NT-1-ers. Dat zijn mensen die geboren, getogen en schoolgegaan zijn in Nederland. (NT-2-ers noemt men de mensen, die het Nederlands niet als hun moedertaal hebben. Zij hebben Nederlands dan als tweede taal).

Wat gebeurt er als je de basisvaardigheden niet hebt. Nou, dat is nogal wat….. Weerstand tegen werken met e-mail of digitale systemen, werkbonnen die verkeerd worden ingevuld of werkinstructies die niet (goed) worden opgevolgd. Onbegrip met betrekking tot bijsluiters, instructies, officiële brieven, contracten… Het lijkt misschien onwil of desinteresse, maar misschien ligt het anders en is er sprake van geringe basisvaardigheden. Dat zorgt voor misverstanden, frustratie en soms zelfs onveilige situaties op de werkvloer.

Het is een probleem. Je ziet het namelijk niet aan iemand’s neus dat hij laaggeletterd is. Het wordt dan ook niet zo goed herkend, want het zijn meesters in het aandragen van smoesjes en uitvluchten. Ze kunnen daarbij ook nog eens heel goed onthouden. Schaamte, angst, frustratie. Daar moet wat aan gedaan worden. In allerlei gemeenten ontwaakt dit besef en ik zag dat deze voorstelling al heel wat keren eerder werd gedaan.

De voorstelling bestaat uit een viertal door acteurs gespeelde scènes, bestaande uit gesprekken resp. bij de huisarts, de onderwijzer, de werkgever en de schuldhulpverlening. Heel natuurlijk en geloofwaardig gedaan, vond ik. De laaggeletterden krijgen meteen een gezicht. Je ziet als toeschouwer duidelijk wat er aan de hand is. Men heeft een gebrek aan basisvaardigheden. Alles is wat dik aangezet natuurlijk, maar tijdens de gesprekken zie je ook de miscommunicatie omdat NIET gezien of gehoord wordt dat de ander bijvoorbeeld zo slecht kan lezen. Of wel kan lezen, maar niet (goed) begrijpt wat er staat. De voorstelling maakt het publiek heel bewust waar deze mensen in het dagelijks leven tegenaan lopen. Ze zijn om de dooie dood niet dom, hebben zelfs vele talenten en zijn eigenlijk prima deelnemers aan onze maatschappij. Behalve dan…..

Na de scènes gaan de acteurs één scène nog eens spelen. Bij handopsteking wordt bepaald welke het dan is. De keuze viel bij ons op het gesprek bij de schuldhulpverlener. Maar nu ging het publiek een actieve rol spelen. Telkens kan de voorstelling gestopt worden en dan krijgt de ‘stopzegger’ een microfoon om aanwijzingen of verbeteringen te geven. Dat interactieve deel is ontzettend leuk, want de aanwijzingen worden direct opgevolgd door de acteurs en zo zie je steeds meer de miscommunicatie verdwijnen. En de (h)erkenning van het probleem groter worden.

Deze manier van werken vind ik erg goed en zeker uitrolbaar in een heleboel andere trainingen.

Klik HIER voor meer informatie.

Stenka Rasin

Echtgenoot neuriede gisteren iets en ik neuriede meteen mee. “Wat zingen we eigenlijk?”, vroeg ik. Hij wist het ook niet, maar het was wel een melodie uit het verleden. Daar waren we het over eens.

Het lied liet (!) me niet los. Na een tijdje hersentjeskraken kreeg ik een soort flits: het was in ieder geval iets Russisch en wie zong er Russisch toentertijd? Wacht eens….je had zo’n koor….. Já! Het Don Kozakkenkoor. Op YT gezocht en daar had ik hem: het lied Stenka Rasin. Ook heel vaak gezongen door die grote Duitser, die verkleed als Rus met bontjas en bontmuts in de jaren zeventig niet van de buis was af te slaan. In elke show kwam hij wel zingen. Dat kon hij trouwens heel goed. Van ontzettend laag tot heel hoog, ik meen 4 octaven. Zijn artiestennaam was Ivan Rebroff.

Stenka Rasin (Razin kan ook) blijkt de naam te zijn van een Don Kozak. Hij was een soort Robin Hood, een volksheld, een legende in de zeventiende eeuw. Er staat HIER een heel verhaal over zijn leven – hij werd maar 41 jaar – en vooral zijn daden. Het lied met zijn naam is een soort eerbetoon.

Het gaat nu toch echt hard, hoor

Hoor ik vanmorgen een 70 jarige dame tegen een 17 jarige dame uitleggen wat een centrifuge is en doet. Ik dacht eerst nog dat het een grapje was, maar het lieve kind wist echt niet wat het was. Luisterde ademloos naar deze ongelooflijke uitvinding 🙂

Ik wou er nog aan toevoegen, dat de Vlamen er droogzwierder tegen zeggen, maar ik zag dat ze zoiets al helemaal niet meer zou trekken. Het hoofdje zat vol, zeg maar 🙂

Valpreventie

De cursussen valpreventie voor senioren vliegen je in onze regio om de oren. Er komen er steeds meer en dat is uitstekend. Ik denk dat wij eind 2024 aan de eerste (soort pilot) in onze gemeente hebben meegedaan. Voornamelijk uit nieuwsgierigheid, maar al snel werd duidelijk dat je er heel veel van leert.

Het meedoen aan zo’n cursus vind ik erg zinvol. Denk niet, dat de begeleidende fysiotherapeut de senioren een voor een op de grond smijt met de woorden: ‘Nou, ik heb je geleerd hoe je moet opstaan als je gevallen bent, dus hoppekee….’

Ik ga hier vertellen hoe het wél gaat.

De lessen werden/worden gegeven door een fysiotherapeut. Of twee, dat ligt aan de grootte van de groep. Wij waren toen met 10 ouderen en gingen onder leiding van Erwin aan de slag. Eerst was er een bijeenkomst waarin de gevaren die leiden tot valpartijen in huis aan de orde kwamen: kleedjes, slechte verlichting, een (nieuwe) bril nodig hebben, troep op de trap, losliggende snoeren/drempels, zwervende pantoffels bij het bed enz enz. Allemaal logisch toch? Nou, er waren aardig wat lui, die moesten toegeven dat het bij hun thuis uh…. nou ja. Maar ze beloofden meteen er wat aan te gaan doen. 🙂

Ik merkte, dat wij met onze ledlampjes met bewegingssensor toch de enigen waren. Ze zijn nuttiger dan nuttig. Als je ’s nachts je bed uit moet dan zet je je voeten op de grond en hup ….. er springt een lampje aan. Een eindje verder kom je langs nog zo’n ding. Als er verder geen beweging meer is, gaan deze lampjes vanzelf uit. Op trappen en donkere stukken in huis zijn ze ook ideaal. Te koop voor weinig bij o.a. Bol, Praxis, Gamma.

Eigenlijk vind ik de naam valpreventie niet helemaal passend voor de cursussen. Het zijn voornamelijk oefeningen om de balans te trainen. Als je niet meer zo vast ter been bent of snel duizelig, dan kun je gemakkelijk je evenwicht verliezen en dat kan tot struikelen/vallen leiden. De oefeningen zijn niet moeilijk en je kunt ze ook gemakkelijk thuis (blijven) doen. Het veel te snel opstaan uit een stoel of uit bed moet ook aangepast worden. Er zit nog best veel haastigheid bij senioren namelijk. Vaak zakt het bloed dan te snel naar de benen en wordt men duizelig.

Het was mooi om te zien hoe na de cursus (2 x per week en dan 10 weken lang) zelfs behoorlijk krakkemikkige ouderen zienderogen beter gingen lopen, zekerder in het bewegen werden en de oefeningen gemakkelijker aan konden. Er zijn veel oefeningen die de arm- en beenspieren krachtiger maken en die je zittend op een stoel kunt doen. Staand bij een rechte (keuken) stoel is ook fijn, want de rugleuning is dan een steuntje.

Een paar keer werd er een judomat bij gehaald. Als je wilde (niks móet tijdens de cursus trouwens) kon je hierop gaan liggen. Stel je even voor dat je in huis gevallen bent en alleen bent. Erwin leerde ons om eerst gewoon rustig te blijven liggen. Daarna met een bepaalde houding van benen en armen hoe je dan voorzichtig weer op de been kan komen. Ook het gebruikmaken van bijv. een stoel of tafel die in je buurt is om je op te trekken. Als je weet wat je moet doen, dan kan dat in sommige gevallen heel goed helpen.

Wij hadden een gemotiveerde groep, die aan alles meedeed en eigenlijk elke keer aanwezig was. Erwin vond het erg leuk om deze pilot te begeleiden, had steeds weer andere oefeningen en na afloop deden we met zijn allen in het restaurant van de stichting welzijn een bakkie.

Toen deze cursus bijna was afgelopen kwam er een ambtenaar van de gemeente kijken (hij deed gezellig mee) en toen bleek dat de gemeente enthousiast was over de resultaten. Maar belangrijker voor ons: ze wilde een soort vervolg aanbieden. Want het gevaar bestaat dat je als zoiets is afgelopen toch een beetje uh….inkakt. Het resultaat is dat we nu met een groepje van 12 eens per week samen een uurtje trainen. Dat kost ons niks, al willen wij best ervoor betalen, maar dat mag niet 😉

Denk aan wat krachtoefeningen met gewichten, wat gestoei met ballen, uitgezette parcoursen lopen, de balansoefeningen natuurlijk. We doen elke keer van alles wat. Niet meer onder leiding van Erwin, want die is met nieuwe valpreventie-cursussen bezig, maar nu van Jan de buurtsportcoach. Er zijn intussen een paar mensen weg en er zijn wat mensen bijgekomen, maar het is een gezellig groepje en dat ‘bakkie na’ doen we nog steeds.

Natuurlijk is voorkomen beter dan genezen. Daar zijn de overheid en de verzekeraars nu wel achter. De lokale overheden zien in, dat preventie geld bespaart. Als ouderen wat meer (spier)kracht hebben en een beter evenwicht dan is het logisch dat bepaalde risico’s kleiner worden. Nee, ik zeg niet dat er helemaal geen risico’s meer zijn. Als het spekglad is moet je echt niet gaan wandelen 😉

Ik vertel niks nieuws als ik zeg dat áls een senior komt te vallen is het gevolg vaak een heleboel ellende. Gebroken heupen met een enorme nasleep bijvoorbeeld. Ik heb een paar voorbeelden hiervan gezien. Niet fijn en vaak het begin van het einde.

Brandgevaarlijk

Er is weer eens een zorginstelling in het nieuws. Of het nepnieuws is? Tja, dat weet je tegenwoordig nooit. Maar ik dacht wel even: ‘Oh jee, hebben we net appelmoes-gate gehad, krijgen we dit’. Er mogen daar geen schilderijen meer aan de muren in de gangen hangen. Dat is te gevaarlijk, vindt de brandweer. De gebruikte verf en/of de doeken kunnen namelijk vlam vatten. Kale muren dus.

Dat er geen kasten, tafeltjes, stoeltjes en andere obstakels in de gangen/vluchtroutes mogen staan, valt te begrijpen. De keren dat ik in een zorgcentrum was vond ik het wel grappig om te zien, dat naast al die ‘voordeuren’ plantjes en soms gewoon meuk stond of was opgehangen. Dat maakt vast dat de bewoners zich wat meer thuis voelen.

Maar oké, als men bij calamiteiten moet hollen met rolstoelen en ander materieel en je struikelt over van alles of je kunt er niet langs, dat is dat zeer kwalijk.

Maar nu dus ook weg met de hangende kunst, want het is kennelijk zo, dat als men tóch een schilderwerkje ophangt, men een boete van een kwart ton krijgt. Iets met de wet, die hier streng gehandhaafd wordt.

Regels, regels…. en nóg gaat er van alles verschrikkelijk fout.

Zou de aan de hoogbejaarden geserveerde appelmoes ook spontaan in brand kunnen vliegen? Hè nee, dat is flauw!

Laatst liepen wij in de polikliniek van het ziekenhuis. Het is een behoorlijk eind wandelen naar de afdeling waar een onderzoekje moest plaatsgrijpen, maar onderweg kun je volop kunst bewonderen. Altijd hangen er bijzondere foto’s en ook fleurige schilderijen aan de muren van de drukbezochte polikliniek. Dan exposeert een kunstenaar er een tijdje. Ik vind dat prima, want je gaat niet voor je plezier hier rondlopen, maar dit soort opleukerij helpt toch wel als afleiding of zo. Het moois hangt daar dus wél overal in de gangen en ook in de wachtkamers!

Dat zijn toch ook vluchtroutes?

Zucht

Geheimen van het museum

De eerste aflevering van alweer de derde documentaireserie ‘Geheimen van het museum’ is afgelopen dinsdagavond door ons met veel interesse bekeken. Wat is het toch boeiend om niet alleen het reilen en zeilen van/in musea, maar vooral de vakmensen bezig te zien om onze kunstschatten te onderzoeken, aan te kopen, te bewaren en/of te restaureren.

Kijk, men vond toevallig een paar restanten van een Chanel jurkje. Je zou als leek de stukken stof gewoon weggegooid hebben, maar zo werkt dat niet in het Kunstmuseum in Den Haag. De iconische ontwerpster Coco Chanel zou zich zeker omgedraaid hebben in haar graf. En dat moeten we ook niet hebben 😉

In deze uitzending zie je dat met oneindige precisie en voorzichtigheid de lappen (bijna lorren) veranderen in een prachtig jurkje, dat dan meteen ook het enige Chanel-stuk in de collectie zal zijn. Ik zit ademloos naar dit soort werkzaamheden te kijken. Zoveel geduld en zoveel toewijding.

Victory Boogie Woogie

Ook werd Piet Mondriaans bekendste en tevens laatste werk Victory Boogie Woogie onderzocht door middel van zeer geavanceerde scantechniek. Piet Mondriaan overleed in 1944 in New York en toen was dit werk nog niet af. Terwijl het onderzoek plaatsvindt, moeten de museumbezoekers het even met een kopie doen.

Buiten het museum stond al tijden een speciale telefooncel. Een kunstwerk van Russische makers, die de spot dreven met de verheerlijking van Stalin. Vandalen hebben het vernield en dat moest ook weer in orde gemaakt worden. Dat proces vond ik ook boeiend. Niks van: ‘Nou, we laten het ding maar weg, want het zal toch wel weer kapot gemaakt worden door de volgende achterlijke idioten’. Nee hoor, gewoon weer keurig hersteld neerzetten op dezelfde plek. Dit tot grote vreugde van de Hagenaars en Hagenezen.

Deze serie kent nog vier afleveringen, die wekelijks uitgezonden worden op dinsdagavonden op NPO 2 om 20.25 uur.

Het Pauluslabyrint

Antropoloog Jeroen Windmeijer heeft een heel stel boeken geschreven, die als erg spannend en zeer interessant worden beoordeeld. Ze behoren tot het thrillergenre. Men heeft het zelfs in de aanbevelingen over de ‘Dan Brown van de Lage Landen’. Ik had nog nooit van de goeie man gehoord, dus keek ik eens in mijn uitgebreide e-book verzameling (Book Choice). Ja hoor, daar zag ik een boek van zijn hand: Het Pauluslabyrint. Dat gooide ik maar eens op de Kobo.

Wanneer de burgemeester van Leiden het startschot wil geven voor het plaatsen van ondergrondse vuilcontainers, stort hij met graafmachine en al drie meter de diepte in. Daar blijkt zich een ondergronds gangenstelsel te bevinden. Ook wordt er een jongen gevonden. Hij lijkt niet gewond, maar toch zit hij onder het bloed. Als kort daarop universitair docente Judith Cherec en hoogleraar Arnold van Tiegem verdwijnen, ziet archeoloog Peter de Haan zich gedwongen op onderzoek uit te gaan. Hij stuit op een deel van de vaderlandse geschiedenis dat niet voor niets eeuwenlang verborgen was gebleven. Leiden schudt op zijn grondvesten. Hora est, maar wiens uur heeft geslagen?

Nou, klinkt best goed, toch?

Echter, ik kom er niet doorheen. Ik vind het saai en sla uit pure verveling hele stukken (vooral die uit de bijbel zijn overgenomen) over. Als je Scandinavische thrillers gewend bent, dan is dit toch uh…. te dun.

De rode draad in het verhaal is het christendom dat in wezen de voortzetting van de Mithrascultus is. Daar waren toentertijd de Romeinen nogal druk mee. Paulus, jawel die kerel van die brieven in de bijbel, speelde daar een rol in. Onder Leiden is een heel oud gangenstelsel dat al eeuwenlang gebruikt is door een geheim genootschap, dat graag ziet dat deze cultus weer populair wordt. E.e.a. onder leiding van een volkomen doorgedraaide priester. Er worden rare bijeenkomsten met veel bloed gehouden in een tempel onder de stad. Het ligt er allemaal zo dik op, dat het – voor mij althans – zwaar ongeloofwaardig is.

Nou goed, ieder zijn hobby natuurlijk, maar er verdwijnen in ieder geval steeds mensen onder mysterieuze omstandigheden. Hoofdpersoon Peter de Haan moet dan ook allerlei moeilijke raadsels met veel codes oplossen om zijn beste vriendin Judith, die in een of andere kerker zowat aan het verzuipen is, te redden. De speurtocht na allerlei aanwijzingen bestaat uit een vreselijk ge-ren en gevlieg door Leiden. Voor Leidenaren en/of mensen die de stad goed kennen zal dit wel leuk zijn. Maar ik ga gapen van al die straten en grachtjes die bij naam genoemd worden. Kan mij het schelen hoe hij van A naar B gaat?

Spannend? Thriller? Nederlandse Dan Brown? Voor andere lezers wellicht. Dat kan, hoor. Ik ga daar niet over, maar wel weet ik zeker dat ik niet verder ga met het oeuvre van Windmeijer.

Spekspiegelglad

Sinds vannacht is het hier zo glad, dat als je naar buiten KIJKT je al op je snufferd gaat. Niemand kan zonder ongelukken de weg op. Geen auto, mens of dier te bekennen. De ramen aan de oostkant van het huis zijn matglas want de ijzel zit er tegenaan gekleefd. Code Rood voor de noordelijke provincies is nu niet overdreven, want het is echt heel erg en pekelen heeft ook geen zin.

We zouden vandaag bezoek krijgen van nicht M uit Zwolle, maar dat hebben we in overleg gisteren al gecancelled. We zagen de ijzelbuien al hangen, zeg maar. Ze appte daarnet dat in Zwolle niks aan de hand is. Waar de verschillen in een klein land groot kunnen zijn.

Het is jaren geleden dat we dit ook eens meemaakten. Toen duurde het gladde feestje drie dagen. Eerst nog geprobeerd om Lola uit te laten op de berm langs onze weg, maar dat ging echt niet. Met erg veel moeite bleef ik die paar meters op de been, zelfs met die anti-glij-dingen onder mijn laarzen. Er zat dus niks anders op. Ze moest maar in de tuin uitgelaten worden. Jaaaa, dan maar in de tuin, gemakkelijk gezegd, maar dat was madam helemaal niet gewend. Ze deed nooit haar behoefte in de tuin. Niet dat wij daar moeilijk over deden, maar ze deed het gewoon niet. Ze wilde ook nooit alleen in de tuin zijn. Als wij er bij waren dan lag ze lekker te chillen, was aan het rugrollen, liep te snuffelen of rende rondjes.

Maar toen konden wij mensen de tuin niet eens in, dus stonden we haar vanaf de bijkeuken, aan te moedigen om op het gras te gaan: ‘Doe maar plasje, doe maar poepje, ja hoor, dat mag, doe maar’…..

Ze vond dit een idioot idee en kwam naast ons staan op onze veilige plek om daar ernstig naar het gazon te kijken. ‘Lola, ga nou dáár naar toe want dáár glij je niet uit’, stond ik nog als een malloot te wijzen. ‘Nee hoor, geen denken aan, als jullie niet meekomen dan ga ik ook niet’. Aldus een dwergschnauzer die haar eigen mening had.

Maar de extreme gladheid duurde zoals gezegd drie dagen en ze móest natuurlijk wel. Ze vond het allemaal maar niks en was na gedane zaken meteen weer terug om naar binnen te gaan. Toen alles weer redelijk begaanbaar was zagen we dat ze keurig naast elkaar achter het tuinhuis haar drolletjes had neergelegd.