De Friese landadel had in het verleden landgoederen maar ook vaak een huis in de hoofdstad. Daar woonden ze in de wintermaanden. Frans Julius Johan van Eysinga liet ca 1781 in Leeuwarden zo’n stadshuis bouwen. In de zogenaamde Lodewijk XVI stijl. Niet voor niks koos hij deze plek, want in de winter werd er veel vergaderd door de Friese Staten en dat gebeurde zo’n beetje tegenover zijn huis. Dat was dus gemakkelijk voor hem, want Van Eysinga was een zeer belangrijk man. Ook waren er dan ontvangsten en partijen in de stadswoningen van de toenmalige rich and famous.


De familie Van Eysinga bleef tot circa 1860 eigenaar van dit huis. Wij vonden het allemaal niet heel overdreven luxe, want dat past nu eenmaal niet bij de Friezen. Maar in de kamers op de bel-etage zie je mooie beschilderde behangsels. De stucplafonds zitten ook vol met krullen en bloemen en zo. Overal tapijten en sjieke stoelen en banken. Voornaam? Zeker en vast!
Het Huis Van Eysinga is overgedragen aan de Vereniging Hendrick de Keyser, die er onder meer appartementen in heeft gerealiseerd en een grote restauratie heeft doen uitvoeren. Men heeft heel veel onderzoek gedaan naar de originele kleuren die toen gebruikt zijn. De kleuren van toen zijn meegenomen in het herstel van de ruimten. Het huis is vervolgens opgenomen in het concept ‘Museumhuizen’ van de vereniging. Deze huizen zijn door het gehele land te vinden en geven een goed beeld van de architectuurgeschiedenis van Nederland.
Hieronder de prachtige trap. Veel gebruikt – zeker ten tijde dat dit gebouw onderdeel was van het voormalige Fries Museum – dat voel je als je op de uitgesleten treden loopt. Hij gaat nog verder naar boven, maar daar mogen bezoekers niet komen ivm de privacy van de verhuurde appartementen.


Het huis is geen gewoon museum waar je zomaar naar binnen kunt wandelen. De ruimtes kunnen slechts een beperkt aantal bezoekers aan. Dus is het aan te raden om een tijdslot te regelen op de website. Dan kun je in alle rust rondkijken. Het leuke is dat je aan alles mag komen. Dus kasten opendoen, de inhoud van laatjes inspecteren, op alle stoelen zitten enz. De bedoeling is dat je een idee krijgt van hoe zo’n adellijke familie toen leefde.
In het soutterain leefde en werkte het personeel. Hieronder de keuken. Ik heb een tijdje in een heel oud kookboek zitten neuzen.

De aardige gastvrouwen van dit museumhuis doen de deur open als je aanbelt en leggen je uit hoe je het beste kunt gaan rondkijken met een prima audiotour vol verhalen over de bewoners en het huis zelf. Als je uitgekeken bent krijg je in de muziek ‘sael’ gratis koffie of thee aangeboden. Vriendin E en ik hebben hier ook nog een potje domino gespeeld. Dat kan en mag daar 🙂












